We noemen het geen Old School meer want officieel zijn ze gesloten, maar heel stiekem zijn de deuren van Pieterskerkhof 4A vanaf dit weekend nog even geopend voor de tentoonstelling Dubbelportret. Twee kunstinstallaties, beiden gemaakt door een tweetal kunstenaars, bestaande uit een Leidse maker en een kunstenaar met een vluchtelingenachtergrond. Dubbelportret is een initiatief van Nikita Swikker, die met Stichting Wij Zijn de komende tijd meerdere verbindende projecten hoopt te organiseren. Wij gingen alvast langs, kregen een voorproefje van de expositie en spraken Nikita.

LeidsCement: Nikita, hoe kwam je op het idee om dit project te organiseren?

Nikita: ‘Ik heb Stichting Wij Zijn twee jaar geleden opgericht om mensen te verbinden door middel van kunst en cultuur, al is dat een heel breed ideaal. Het viel me op dat bepaalde stereotypes die je onvermijdelijk bezigt, want dingen in een hokje stoppen is menselijk, verbinding tegenhouden. In de kunst zag ik dat kunstenaars óf op een voetstuk worden gezet, óf juist worden uitgemaakt voor nutteloze subsidietrekker. Met vluchtelingen gebeurt hetzelfde, het is: ‘we gaan je redden!’ of juist ‘wat doe je hier? Ga eens weg!’ Beiden helpen niet, het maakt juist dat je de persoon zelf niet meer ziet en geen contact meer kunt maken.’

Waarom is juist dat contact maken zo belangrijk?

‘De wereld wordt kleiner en steeds vaker lopen we aan tegen het gebrek aan verbinding. Het zou makkelijker moeten worden maar het wordt moeilijker, juist nu we zo dicht bij elkaar leven en digitale communicatie eenvoudig is. Ik zie dat de hele westerse maatschappij hiermee worstelt. Dit project is een onderzoek naar al deze vragen waar geen sluitend antwoord op te vinden is. Het maken van verbinding is wat mij betreft het enige antwoord.’

Een wereldwijd probleem waar je een persoonlijke missie van hebt gemaakt.

‘Het is inderdaad een persoonlijke drijfveer. Zelf heb ik heel veel behoefte aan verbinding maar ik ben ook gevoelig en snel overprikkeld. Alles gaat nu zo snel in de wereld dat ik af en toe ook geen verbinding kan maken, hoe graag ik dat ook wil. De dingen waar ik tegenaan loop en de antwoorden die ik vind gun ik ook aan anderen.’

Hoe is die drijfveer uitgegroeid tot een kunstproject?

‘Ik wilde onderzoeken wat er zou gebeuren wanneer we kunst als brug gebruiken tussen twee groepen, die affiniteit zouden moeten hebben met elkaar maar tegelijkertijd ook heel ver uit elkaar liggen. De eerste ontmoetingen tussen de twee kunstenaarsduo’s hebben we gefilmd. Daarin hebben we vastgelegd dat het niet uitmaakt of het meteen klikt maar juist om te laten zien dat verbinding op veel meer manieren kan ontstaan. Wat er voor mij uit is gekomen, is dat de wil tot verbinden het belangrijkste is. De moed om je kwetsbaar op te stellen.

Fotograaf en filmmaker Ayman Ghoujaj werd gekoppeld aan Izaak Zwartjes, bekend van zijn ‘schuilplaatsen,’ en Inge Reisberman en Aeham Sadoon maakten samen een installatie rond een muziekstuk en een gedicht. Op welke basis heb je deze duo’s gevormd?

‘Ayman vond ik meteen heel logisch bij Izaak passen. Zij zijn allebei confronterend en provocerend met veel diepgang. Tussen Aeham en Inge zie ik in het poëtische dat ze allebei hebben hun kwetsbaarheid en verlegenheid.’

Hier beleef je eerst de tentoonstelling en pas over een paar weken kunnen we het videoverslag, gemaakt door Jan Stap, van de eerste ontmoetingen zien in Museum de Lakenhal. Waarom in die volgorde?

‘Dat is zo gelopen omdat het zo’n rare tijd geweest is. Uiteindelijk heeft dat het project wel gediend, want de kunstenaars hebben al die tijd contact onderhouden. Izaak en Ayman zijn zelfs samen met allerlei dingen samen verder gegaan. Ik heb de overmacht verwelkomd, het is een levend project en een sociaal experiment en dat langzame verloop vind ik ook wel mooi. Nu kunnen mensen eerst het werk beleven en blijft er nog een stukje mysterie bestaan over waar het precies vandaan komt.’

Intussen komen Izaak en Inge binnen om de laatste hand te leggen aan hun projecten. Beiden vertellen over de samenwerkingen die ontstonden.

Izaak: ‘Eigenlijk hebben Ayman en ik helemaal niet veel gesproken over wat we wilden, het is vrij nonverbaal gegaan. Als ik ergens mee bezig ben komt hij filmen in mijn atelier, of hij filmt bij de opbouw en het vervoer. Over de inhoud spreken we niet zoveel, we gaan gewoon aan de slag. Daarbij merk ik dat wij veel van dezelfde dingen interessant vinden, daarvoor hoeven we niet per se te overleggen. We houden allebei van rauwe kunstuitingen.’

Inge: ‘Aeham, aan wie ik ben gekoppeld, woont in Groningen. Daardoor hebben we op een andere manier gedeeld, we hebben elkaar weinig in het echt gezien. Wij hebben het lied ‘My Heart is in the Highlands’ van Arvo Pärt als uitgangspunt genomen. Naar aanleiding daarvan heeft Aeham een gedicht geschreven en voorgedragen in de Lokhorstkerk. Daar hebben we elkaar ook ontmoet. Ik heb hem gevraagd om vanaf de kansel de zoutkorrels en zeepbellen die de basis van mijn werk vormen te verspreiden. Ik ben doorgaans een luwtewerker, geen samenwerker, maar verrassend genoeg ging de samenwerking toch heel goed. De eigenheid is bewaard gebleven.’

Dubbelportret is iedere vrijdag, zaterdag en zondag in augustus te bekijken op Pieterskerkhof 4A. Op 17 september gaan de films die over de ontmoetingen werden gemaakt in première. Kijk hier voor meer informatie.  

Sophie Jansen

Sophie Jansen

Andere berichten

leidsCement
oktober 11, 2021
Sophie Jansen
oktober 7, 2021
Kavian Mirzaei
oktober 6, 2021