Juist nu, in de zwaarste periode die de cultuursector in lange tijd gekend heeft, hebben de directeuren van de grootste Leidse cultuurinstellingen een regulier overleg opgericht. Bestaande uit Gebr. De Nobel, Museum de Lakenhal, Leidse Schouwburg/Stadsgehoorzaal, Theater Ins Blau, BplusC en Cultuurfonds Leiden maakt deze ‘C6’ zich sterk voor het behoud en de verbetering van het cultuurlandschap. Maar het gaat verder dan een overleg: de C6 heeft ambitieuze plannen voor samenwerking en voor het stimuleren en faciliteren van Leidse producties. We praten erover met cultuurmakelaar Guido Marchena en met Ruud Visser, directeur van Gebr. De Nobel en dit jaar voorzitter van de C6.

LeidsCement: ‘Samenwerken’ is natuurlijk een term die te pas en te onpas gebruikt wordt en iets waar je altijd naar streeft. Hoe kwam dit nu toch echt tot stand?

Guido: ‘Het is begonnen bij de coronacrisis en het BMC rapport dat is opgevraagd door de gemeente. We zijn in gesprek gegaan met de schrijvers van dat rapport om na te denken over de toekomst van de cultuursector op korte termijn maar zéker ook op lange termijn. Daaruit is vast overleg tussen de verschillende directeuren voortgevloeid, dit jaar onder leiding van Ruud.’

Ruud: ‘Ik probeer al sinds 1993 om de cultuursector bij elkaar te krijgen. Er was een coronacrisis nodig om dat te realiseren en ik heb mijn kans gepakt. We hebben allemaal werkgroepen in het leven geroepen en alle deelnemende directeuren zijn voorzitter van zo’n werkgroep. Eens in de maand beleg ik als voorzitter een vergadering en vraag ik hoe ver ze zijn. Ik moet zeggen, de laatste bijeenkomst was heel inspirerend. Iedereen heeft ideeën, is volop bezig en heeft beloofd om voor de zomer met resultaten te komen. Dus ja, ik heb er vertrouwen in dat het de goede kant op gaat.’

Hoe zien die verschillende werkgroepen eruit?

Guido: ‘Iedere commissie wordt voorgezeten door één van de zes leden. Back office en financiën ligt bij Nanette Ris van de Leidse Schouwburg/Stadsgehoorzaal, stedelijke samenwerking bij Willem van Moort van BplusC, Kees van Leeuwen van Theater Ins Blau is de voorzitter van commissie maatschappelijk verantwoord ondernemen. Marketing en promotie komt in handen van de nieuwe directeur van Museum de Lakenhal, Oskar Brandenburg bestuurt de commissie inclusiviteit en ikzelf ben voorzitter van de commissie stedelijke programmering en productie.’

Ruud: ‘Wat we nadrukkelijk hebben afgesproken, is dat in iedere commissie het personeel van alle organisaties vertegenwoordigd is. Zo creëren we ook in de breedte draagvlak. Mijn team, of wat daar nog van over is na de crisis, is er vol enthousiasme ingesprongen. Het directeurenoverleg is vooral bedoeld om de boel bij elkaar te houden en om de voortgang vast te houden.’

Inclusiviteit is een opvallende pijler, welke doelen heeft die commissie?

Guido: ‘Met zo’n commissie stel je kaders op, voordat je over jezelf of anderen een oordeel velt. We leren waar we naar moeten kijken, dat is zo belangrijk.’

Ruud: ‘Oskar Brandenburg, die deze commissie heeft aangedragen, worstelde met inclusiviteit. De Lakenhal is een museum over Leidse historie, best lastig om dat inclusiever te krijgen. Daar liggen natuurlijk juist ook uitdagingen en ruimte. Dit benadrukt nog maar eens dat je echt moet nadenken over hoe je dit doet. Ook op het gebied van medewerkers: je kunt wel om diverse aanmeldingen vragen in je vacatureteksten, maar die moet je dan ook op de juiste plekken verspreiden om een breed spectrum aan mensen te bereiken. ‘

Eén van de grootste focuspunten van de C6 is het maken en faciliteren van Leidse producties. Hoe kwam dat idee tot stand?

Guido: ‘Als ik vanuit mijn positie kijk naar wat we hebben aan programmering in de stad zie ik hartstikke leuke dingen maar het is allemaal erg extern, vooral op het gebied van podiumproducties. We halen veel van buiten naar binnen. Ik denk dat we enorm kunnen winnen op producties vanuit ons eigen DNA van Kunst en Kennis, zeker op weg naar Leiden2022. Op dat vlak moeten we gaan produceren want ik denk dat we daarmee iets unieks in handen hebben en dat we daarmee zelfs kunnen concurreren met de rest van Nederland.’

Ruud: ‘Er zijn zoveel rondreizende organisaties die in Leiden precies hetzelfde komen doen als in Amsterdam of Almere. Wij hebben afgesproken om meer met lokale organisaties te werken en vooral lekker eigenwijs zélf dingen te gaan doen. Zo creëren we een heel ander klimaat en wordt het voor bezoekers ook interessant naar Leiden te komen omdat hier de producties een eigen karakter krijgen. We kunnen daarin ook zeker de samenwerking met de universiteit of het Bio Science Park aangaan. Dat vind ik het leuke aan Leiden, het is een flink dorp waarin iedereen elkaar kent.’

Guido: ‘We richten ons op producties voor de nieuwsgierige mens die niet alleen van cultuur wil genieten maar ook het verhaal erachter wil leren kennen. Leiden als stad waar je iets leert, volgens mij is dat een interessante visie. We zitten nu in de fase waarin we de verschillende instellingen bij elkaar gaan zetten zodat ze hun know-how over produceren en programmeren kunnen delen. Uiteindelijk zijn het de makers die met programma moeten komen. Wij gaan kijken hoe we dat kunnen bekaderen en hoe we aan geld komen. Ik vind het te makkelijk om daar nu al onze hand voor op te houden, laten we eerst maar eens uitzoeken hóe we dit gaan doen.’

Kunnen jullie een concreet voorbeeld geven van hoe dit het makersklimaat zou bevorderen?

Ruud: ‘Het gebouw van Gebr. De Nobel is momenteel gefinancierd op de grote zaal en op het idee dat die vol komt. Alleen krijgt een lokaal gezelschap daar geen 750 man in, dat gebeurt bijna nooit. Wij gaan de entree nu zodanig verbouwen dat we aan de voorkant veel meer kleine ruimtes krijgen. Zo kunnen de kosten aanzienlijk omlaag en jagen we de lokale scene aan. We geven ruimte om te repeteren, om je te presenteren en om kleine producties te doen.’

Guido: ‘Het hele idee van Leidse producties van de grond krijgen, daar willen we facilitair alles voor doen dat mogelijk is maar het is vooral een vraag aan makers. Ruud en ik gaan niet samen de planken op. We zeggen tegen de makers: kom maar! Dat kunnen ook makers van buiten de stad zijn, vergeet niet dat PS|theater en de Veenfabriek ooit van buiten Leiden hierheen kwamen en nu zo Leids zijn als het maar zijn kan.’

Ruud: ‘Ik denk dat het belangrijk is dat er een procesverandering komt en dat wij daarin voorop lopen. Wat je nu ziet bij popzalen en schouwburgen, zijn landelijke gezelschappen die hun basis in Amsterdam hebben en rondreizen. Maar ja, de eigenheid en de diversiteit gaan zo volledig verloren. Wij moeten ons in Leiden heel goed op de regio gaan richten.’

Ruud, jij gaat al jaren mee in de Leidse cultuurscene en hebt vast vaak eerder zulke grootse plannen zien stuklopen. Waarom gaat het nu wél lukken?

Ruud: ‘Ik voel gewoon echt dat de cultuursector aan het samenkomen is. Het zijn niet meer alleen de directeuren die gezellig samen lunchen en waarbij de blik naar binnen is gericht.’

Guido: ‘Je moet roeien met de riemen die je hebt en we zien nu dat er onder de druk van de crisis nieuwe oplossingen gevonden worden en er hernieuwde interesse voor samenwerking ontstaat. De energie die Ruud beschrijft, die ervaar ik ook. Het moet nu, anders missen we de bus.’

Ruud: ‘De afgelopen twintig jaar is er alleen maar bezuinigd op cultuur, net als op onderwijs en gezondheidszorg. Je ziet nu dat dat in dreigt te storten, dus juist daarom moeten we ons organiseren. Ik ben ervan overtuigd dat samenwerking uiteindelijk geld op gaat leveren zodat je ook in je eigen organisatie mensen kunt inzetten voor stedelijke programmering. Dan hoef je niet meer alles extern te doen via een bureau. Daarmee houd je het geld maar ook de expertise in onze eigen stad.’

Guido: ‘We doen het samen en we werken in de breedte, we maken geen programma voor een heel klein groepje insiders. De gemene deler is nieuwsgierigheid, daar doen we het voor.’

Ruud: ‘We willen niet alleen de culturele sector maar de hele stad betrekken, bijvoorbeeld ook de 3 October Vereeniging of de lokale horeca-ondernemers zouden kunnen meeprofiteren. Want dat is wat cultuur doet, het haalt mensen en brengt reuring. Als je in de stad alleen maar terrassen hebt ben je snel uitgekeken.’ 

Sophie Jansen

Sophie Jansen

Andere berichten

Anne van den Dool
oktober 31, 2022
Anne van den Dool
september 19, 2022
Anne van den Dool
augustus 10, 2022