Toen de gerenommeerde Franse uitgeverij Gallimard in april van dit jaar een manuscriptenstop afkondigde, klom mijn literair agent enthousiast in de pen. De Volkskrant plaatste zijn opiniestuk, waarin hij aangaf zich helemaal in dat besluit te kunnen vinden. Uit die stapel ongevraagde inzendingen pikte een uitgeverij jaarlijks tenslotte slechts een enkele veelbelovende debutant; de rest wordt – vaak zelfs ongelezen – richting de prullenbak gebonjourd.

Uitgeverijen ontvangen jaarlijks duizenden manuscripten. Tijd om die te lezen hebben ze nauwelijks: drukker zijn ze met het maken van méér boeken van schrijvers die ze op andere wijzen zijn aangereikt. Waar ze die uitverkoren auteurs vandaan peuteren? Uit hun ‘netwerk’, geeft ook mijn agent in zijn Volkskrant-stuk aan: wie een boek wil uitbrengen, moet zich op online en offline feestjes met de juiste mensen begeven, daar in de juiste woorden diens manuscript elevatorpitchen en vervolgens een contract binnenhengelen. Of je kiest een zijpad, bijvoorbeeld door te onderzoeken of literaire tijdschriften je stukken willen publiceren, zodat je alvast een buzz rond je naam en werk creëert. Ook kun je proberen een schrijfwedstrijd te winnen, waarna wellicht zelfs meerdere uitgeverijen aan je lippen hangen. Een hopelijk meerkoppige jury heeft in dat geval het selectieproces tenslotte al voor hen gedaan. Blijer kun je uitgevers niet maken.

Die laatste weg bewandelde ik acht jaar geleden. Toen ik een artikel in het Volkskrant Magazine las over literair agentschappen, besloot ik te reageren op de bijbehorende prijsvraag. Wie het beste verhaal instuurde, won een kostbare plaats in een tweedaagse cursus in Amsterdam, op zolder bij het grootste agentschap van Nederland.

Ik bemachtigde die plaats, trok op een druilerige vrijdagochtend naar de hoofdstad. Aan tafel zaten vier anderen – één man, drie vrouwen – die wel het volle pond voor deze cursus hadden betaald. Ik was veruit de jongste. Op tafel stonden chocoladekoekjes waar ik van de zenuwen niet vanaf kon blijven.

Na twee dagen was ik niet zozeer schrijftips als wel een klein schrijfnetwerk rijker, bestaande uit de deelnemers aan de cursus, maar vooral uit de heren van het agentschap. Zij fungeren, begreep ik toen, als bemiddelaars tussen auteurs en uitgeverijen: nu die laatste partij de bulk aan manuscripten die dagelijks door de brievenbus wordt gepropt niet meer aankan, nemen zij die stapels over, en kijken ze met een scherp oog bij welk uitgeefhuis het toekomstige boek goed zou passen.

Zo begreep ik het destijds althans. Nu begrijp ik dat ook deze schakel in de keten geen reden meer ziet om die stapels papier aan te nemen. Lekker gaan lezen, dat is wat al die ambitieuze schrijvers volgens Gallimard én mijn agent moeten doen. En netwerken, dus, om ervoor te zorgen dat een ongevraagd manuscript in een gevraagd manuscript verandert. Dan maak je tenslotte wel kans.

Een Zeeuwse cursist vroeg tijdens een van mijn schrijfcursussen eens licht blozend of het klopt dat je in Amsterdam moet wonen om een boek uitgegeven te krijgen. Nee, hoor, antwoordde ik zo laconiek mogelijk, je kunt het ook zelf doen. Dat was niet het antwoord waarop ze had gehoopt – en toch zit er, ben ik bang, een kern van waarheid in. Met een beetje welwillendheid kun je de grenzen van onze hoofdstad oprekken naar die van de Randstad, zodat je na een boekpresentatie bij een uitgevershonk of na een feestje in De Brakke Grond nog in je eigen bed kunt slapen, maar daar is in de netwerkwereld die mijn literair agent beschrijft dan ook alles mee gezegd. Wie zich een ander deel van ons land heeft genesteld, moet creatief te werk gaan. Of de eigen portemonnee aanspreken en diens literaire Wordbestand zonder enige redactie laten inbinden door een printwebsite.

Toen mijn moeder het opiniestuk in de Volkskrant las, leek ze verheugd. Het maakte haar nog eens duidelijk hoe bijzonder het was dat het haar dochter wel was gelukt in die wereld door te dringen. Ik voelde me juist een stukje viezer: waarom nam ik dat ene elitaire plekje in in dat literaire veld en niet iemand anders die ongetwijfeld al maanden, jaren zelfs, smachtend op het antwoord van meerdere uitgeverijen wacht?

De vraag is of deze manuscriptenstop tot meer aandacht voor andere processen in het uitgeversproces leidt, of dat we er juist een onbehoorlijke hoeveelheid extra celebrityschrijvers door bijkrijgen. Schrijvers die niet aanhankelijk op boekpresentaties tegen mensen aan hoeven te praten om hun verhaal te verkopen, maar die met hun aanwezigheid aan talkshowtafels en in radioprogramma’s al voor genoeg PR zorgen om de uitgeverij de tweede druk bij voorbaat te laten klaarzetten.

Anders dan mijn agent zou ik iedereen die de ambitie koestert een boek te schrijven van harte willen aanmoedigen. Wel wil ik daaraan toevoegen: denk voordat je het resultaat van je bloed, zweet en tranen naar een uitgeverij of agentschap opstuurt of uitgegeven worden werkelijk is wat je wilt. Het ene verhaal wordt opgeschreven omdat het een familiegeschiedenis levend houdt, het andere is een persoonlijke ode aan een dierbare. Niet ieder verhaal hoeft het licht van alle boekhandels in Nederland te zien: sommige komen juist in een intieme context het beste tot hun recht. Ook het vooruitzicht aan het mogelijke mediacircus dat bij een succesvol debuut hoort, maakt lang niet iedereen gelukkig. Een boek bestaat ook als je er zelf een kaft omheen naait en onder vrienden en familie verspreidt. Daar is geen agent of uitgever voor nodig.

Anne van den Dool

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) is tekstschrijver, auteur en cultureel journalist. Ze studeerde film- en literatuurwetenschap en neerlandistiek aan de Universiteit Leiden en de Université de Lille. Ze schrijft voor onder meer NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en Het Nationale Theater. Ook is ze curator bij het Literatuurmuseum. In 2014 debuteerde ze met de roman Achterland. In 2020 verscheen haar tweede roman, Vluchthaven. Ze publiceerde poëzie in onder andere Tirade, Poëziekrant en DW B.

Andere berichten

Anne van den Dool
juni 15, 2022
leidsCement
juni 14, 2022
leidsCement
juni 7, 2022