Als we de tram uit stappen, valt ons oog direct op de lange rij die zich over de stoep van het Rembrandtplein uitstrekt. Terrassen worden aan het zicht onttrokken door dikke jassen en lange jurken, die al iets weggeven van de hoge mate waarin men zich aan de rozerode dresscode heeft gehouden.
We schuiven steeds een stukje verder richting de ingang terwijl boven ons een reusachtig led-scherm afwisselend reclames en de slogan van de avond laat zien. De nacht is van de liefde, weten de paarsroze letters ons te vertellen. Een meisje stapt op de rij af en vraagt ons in het Engels wat de gelegenheid van het feest is. Het is een bal voor schrijvers, leggen we uit. Ze kijkt ons zwijgend aan, vraagt zich vast af of wij ook tot die categorie vreemde snuiters behoren.
Hoe langer we in de rij staan, des te meer beginnen we te turen naar de gezichten van de mensen die bij ons in de buurt staan. We herkennen David Van Reybrouck, Maxim Februari, Nina Polak. Onze tenen worden steeds kouder, we werken op het goede geluk van het donker onze make-up bij. Onze opwinding maakt steeds meer plek voor ongeduld. Op sociale media lezen we dat sommige prominente auteurs na anderhalf uur in de rij kleumend huiswaarts of richting een kroeg zijn gegaan. Wij houden vol: het is onze eerste keer, dit laten we ons niet afpakken.
Van tevoren hadden we een podcast geluisterd waarin live verslag werd gelegd van de Boekenweek van 2020. We hoorden hoe warm het er was, hoe vaak onbekende lichamen elkaar aanraakten, maar vooral: hoe je blik steeds weer naar Bekende Nederlanders zou worden toegetrokken als – in de woorden van Paulien Cornelisse – ‘naar de puist in het gezicht van een gesprekspartner: je wilt niet kijken, maar je kijkt toch’. Dat herkennen we: we proberen ons zo normaal mogelijk te gedragen, maar al snel wordt duidelijk dat wij de bekijkers zijn, en anderen in deze rij de bekekenen.
Wanneer we uiteindelijk de ingang bereiken, komt de warmte ons meteen tegemoet. Onze QR-codes worden gescand voordat we mogen doorlopen onder het met rozen bedekte plafond. We krijgen muntjes in onze hand gedrukt voor bier, wijn en fris. Als ik, met mijn blote voeten op de grond, mijn platte schoenen verwissel voor hakken en in een kluisje stop, voel ik me weer zestien.
We betreden de zaal, die weinig verschilt van iedere andere club: donkere inrichting, flitsende lichten, een brede bar waarvoor iedereen zich verdringt. Door de speakers klinkt opgepompte nineties-muziek. Aan de wand flitst een groot scherm fragmenten van videoclips op ons af. Op verhogingen staan dansers met pompons, hun bewegingen groot en excentriek. Her en der zien we een radio- of televisieploegje dat – microfoon in de hand, geluidsinstallatie boven de menigte uittorenend – auteurs bevraagt.
We doen ons best ons niet te openlijk te vergapen aan de schrijvers die om ons heen dansen, van oude garde tot de jongste bestsellermakers. We schreeuwen in elkaars oor wie we missen: waar is Marieke Lucas Rijneveld, heb jij Ilja Leonard Pfeijffer al gezien? De opening hebben we, zien we op Instagram, blijkbaar gemist – de beelden zijn te onscherp om meer dan veel roze en paarse confetti te onderscheiden.
Al snel bekruipt me het gevoel dat deze avond, hoe glorieus de verhalen ook mogen zijn, in feite niet heel veel meer is dan een schoolfeest, maar dan met veel meer leraren dan leerlingen. Waar je vroeger in de massa zocht naar je beste vrienden, zoek je nu naar bekende gezichten die je kunt bijschrijven op je denkbeeldige gespot-lijst. Het voelt bijna als valsspelen: een BN’er tegen het lijf lopen is geen kunst als je naar een feest gaat waar ze allemaal bij elkaar te vinden zijn.
En dan zijn er nog de twijfelgevallen: de gezichten die vagelijk bekend voorkomen, maar die net geen belletje doen rinkelen. De gezichten die fletse herinneringen oproepen aan boekenkaften en decors van televisieprogramma’s, maar die nog niet zijn doorgedrongen tot de top van overduidelijk bekend. Die laatste groep is veruit in de minderheid. Het Boekenbal blijkt geen opeenstapeling van celebrities, maar van mensen die via de uitgeverij, boekhandel of bibliotheek een kaartje hebben weten te bemachtigen, en toekijken hoe schrijvend Nederland uit haar dak gaat.
Want door het merendeel wordt driftig gedanst, mede met dank aan de alcohol die rijkelijk vloeit. Van tevoren had ik ook verhalen gehoord over lijntjes coke die op elke hoek van de club zouden worden gelegd, maar de enige keer dat iemand daar op denk te betrappen, blijkt de vrouw in kwestie bezig haar zere voeten de bepleisteren.
Misschien hadden we langer moeten blijven om zulke taferelen waar te nemen – wij pakken om half drie de bus naar het Centraal Station, hijgen uit wanneer we na een sprint richting het juiste spoor net op tijd de nachttrein bereiken. Die blijkt overvol, de coupés met name gevuld met dronken tieners. Hoewel: sommige outfits doen vermoeden dat een deel van de inzittenden van hetzelfde feestje afkomstig is als wij.
Wanneer ik een dag later na een te korte nacht een link met de foto’s toegestuurd krijg, bekruipt me opnieuw het schoolfeestgevoel: overbelichte beelden met afwisselend bekenden en onbekenden, die weinig flatteus zijn geportretteerd. Iedereen ziet er ouder, fletser uit. Soms spot ik een BN’er die me gisteravond niet was opgevallen. Verder zie ik een hoop zangers, presentatoren en politici van wie ik niet wist dat ze ooit iets hadden geschreven. Bij stellen die op de roze loper zijn vastgelegd, rijst soms de vraag welke van de twee de bekende zou moeten zijn. Onze gezichten vind ik, tot mijn opluchting, op de ruim vijfhonderd foto’s niet terug.
Zo blijkt het Boekenbal toch net iets meer dan gedacht de wereld in het klein: een grote groep kijkt, een kleine groep wordt bekeken. En ook gisteravond voelde de gekozen rolverdeling allerminst als een straf: geen gapende blikken, maar ongestoord dansen, de ogen op al die anderen, maar vooral op onszelf gericht.

📷 Stichting CPNB

Anne van den Dool

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) is tekstschrijver, auteur en cultureel journalist. Ze studeerde film- en literatuurwetenschap en neerlandistiek aan de Universiteit Leiden en de Université de Lille. Ze schrijft voor onder meer NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en Het Nationale Theater. Ook is ze curator bij het Literatuurmuseum. In 2014 debuteerde ze met de roman Achterland. In 2020 verscheen haar tweede roman, Vluchthaven. Ze publiceerde poëzie in onder andere Tirade, Poëziekrant en DW B.

Andere berichten

Anne van den Dool
juni 15, 2022
leidsCement
juni 14, 2022
leidsCement
juni 7, 2022