Kritiek op een elegante manier kunnen incasseren – het schijnt te horen bij succesvol volwassen worden. Wie negativiteit, al dan niet verhuld als tip of aanrader, op een prettige manier weet te ontvangen, kan een leven lang vooruit. Prettig voor de ander, die dankzij jouw bemoedigende glimlach het gevoel krijgt je een dienst te hebben bewezen, maar ook voor jezelf: niet nachtenlang wakker liggen omdat een collega je een karavaan aan kritische vragen stelde na afloop van je projectpresentatie, maar daar direct de verbeterpunten kunnen uitpikken, om jezelf én de ander vervolgens te vertellen wat een eye-opener je het vindt dat je nu weet hoe je voortaan je werk beter kunt doen.

Dat is de ideale wereld. In de realiteit voelen we ons vaak omvergeduwd door degene die iedereen altijd overlaadt met kritische noten omtrent onderzoeksmethodes, rapporten en werkgedrag – al dan niet op het moment dat aan het product of de dienst in kwestie weinig meer te doen valt. En in de echte wereld incasseren we die zogenaamde tips niet zozeer met een stralende glimlach als wel met een vertrokken grimas, die wel degelijk iets loslaat van de donderwolken die zich in ons binnenste aan het samenpakken zijn.

 Dat geldt in elk geval voor mijzelf – althans, op de momenten dat ik slecht heb geslapen, toch al niet in mijn opperbeste humeur ben of niet de tijd of ruimte voel de gegeven feedback te verwerken. En toch glimlach ik vaak, omdat ook ik geregeld hoor dat de eerlijkheid van zulke collega’s juist een cadeau is, en geen vloek.

De situaties die ik nu in een kantoorcontext schets, zou ik ook kunnen toepassen op het schrijven. Ik kan nu romantische beelden proberen op te roepen van een zolderkamer waarop iemand driftig op een oude typemachine papiervellen voltikt in het schijnsel van een lantaarn, begeesterd door goddelijke ideeën, zonder gedachten over wat anderen zullen denken zodra het werk in kwestie voltooid is. Laat ik dat niet doen: laat ik zeggen dat alleen het idee dat schrijven een solistische en soms zelfs wat eenzame bezigheid is, overeind kan blijven staan. Schrijven is alleen zijn, in mijn geval in een stille kamer, en wanneer ik het gevoel heb dat ik iets heb gemaakt wat het daglicht kan verdragen, kom ik die kamer uit.

De reactie van de eerste lezer – de uitgeverij, de redactie van het dagblad, magazine of online platform waar het stuk in kwestie zal worden gepubliceerd – is voor mij niet de spannendste. Die woorden komen op een moment dat ik nog kan schaven, schrijven en schrappen. Die lof en kritiek is erop gericht de tekst beter te maken dan die is. Spannender is de respons van de groep lezers die daarna komt: de reactie die komt als het artikel, essay, gedicht of boek de wereld in is, en ik er niets meer aan kan veranderen. Die kritiek volwassen ontvangen – dat is voor mij de grootste kunst.

Lezers, schrijvers en recensenten laten zich nogal eens kritisch uit over de toevoeging van sterren aan een recensie. Een gecompliceerd oordeel valt niet in zo’n simpel beoordelingssysteem te vangen, is het idee. Voor mij als schrijvende lezer bieden die ballen juist een prettige vorm van houvast: ze laten me weten waarop ik me kan voorbereiden, en of ik er misschien zelfs beter voor kan kiezen deze kritiek op dit moment niet te willen incasseren.

Veel schrijvers schijnen de recensies die over hun eigen boeken verschijnen niet te lezen. Ik begrijp dat. Zelfs als er vier of vijf sterren boven een stuk prijken, bekruipt me soms het gevoel dat de lezer van het stuk een beperkt beeld krijgt van alles wat ik heb geprobeerd duidelijk te maken. Of ik krijg het idee dat in sommige complimenten een stiekeme kritiek schuilt. Een pluim voor een mooi uitgewerkt plot is een naar beneden gerichte duim voor de vorm. Lof voor de ene verhaallijn is commentaar op de andere.

Zelfs als ik die stukken niet lees, ontkom ik niet aan zulke kritische noten. Een ontspannen gesprek met vrienden ontaardt met hetzelfde gemak in een bespreking van mijn meest recente tekstuele uitspatting, of het nu gaat om de lengte van een roman of de kortheid van een column. Die bespreking wordt met regelmaat vergezeld van de beschrijving van een leeservaring, punten van weerstand, een oordeel over mijn werk als geheel. Daar kies ik zelf voor, zou je kunnen zeggen: met al die teksten roep ik iets, en iedereen heeft het recht daarop te antwoorden. Maar of dat antwoord ook mag komen waar en wanneer die lezer maar wil, daarover ben ik nog altijd niet uit.

Ik heb het vaker gehoord bij collega-schrijvers: de neiging om al die tips, van harde kritiek van recensenten tot zachte duwtjes in de rug van vrienden en familie, te willen verwerken in de volgende tekst die je schrijft. Het zorgt voor een onverstaanbare kakofonie aan meningen: niet te veel bijvoeglijk naamwoorden, niet te veel tegenwoordigdeelwoordconstructies, geen hoofdstuktitels, geen open einde. Wie zich aan zijn armen en benen door al die verschillende meningen naar uiterste kanten laat trekken, eindigt in een nietszeggend midden. Onder hoogspanning, met een lichaam dat kraakt door alle krachten die erop werken.

Dan liever schrijven in een stille kamer, in niets meer dan mijn eigen gezelschap, werkend aan iets wat hopelijk ooit het daglicht mag zien. Licht dat oneffenheden toont die ik, zittend in mijn makersbubbel, nog niet zag. Maar ook licht dat schijnt op nieuwe dwarsverbanden, onbewuste woordspelingen en beïnvloeding door bewonderde auteurs – toevoegingen aan dat wat ik maakte, die ervoor zorgen dat ik met die bij voorbaat gemankeerde tekst toch weer de wereld in wil gaan.

Anne van den Dool

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) is tekstschrijver, auteur en cultureel journalist. Ze studeerde film- en literatuurwetenschap en neerlandistiek aan de Universiteit Leiden en de Université de Lille. Ze schrijft voor onder meer NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en Het Nationale Theater. Ook is ze curator bij het Literatuurmuseum. In 2014 debuteerde ze met de roman Achterland. In 2020 verscheen haar tweede roman, Vluchthaven. Ze publiceerde poëzie in onder andere Tirade, Poëziekrant en DW B.

Andere berichten

Sophie Jansen
augustus 3, 2021
Roos Tulen
augustus 2, 2021
leidsCement
juli 30, 2021