Ze doet op mijn verzoek haar in een staart en neemt plaats op het bankje. Ze lijkt niet bang voor mijn camera. Terwijl ik klik, vraag ik haar of ze dit vaker gedaan heeft. Een tandartsenmove, realiseer ik me zodra ik haar vertwijfelde blik zie: dit is niet het moment om te praten. Stilzitten terwijl het licht door de bladeren in losse stukjes op haar valt, daarvoor is ze hier.


Wanneer ik mijn camera even laat zakken, vertelt ze dat ze dat ze weleens staande is gehouden op straat. Onbekenden die haar uit het niets vroegen te poseren voor hun camera. Ik kan het me voorstellen. Haar groene ogen lichten op in de zon.


Op de achtergrond rent een groepje kinderen door het beeld. Het licht wordt feller, te fel. ‘Zullen we een andere plek zoeken?’ vraag ik.


Terwijl we door het bos lopen, praten we bij. Zij studeerde ook Nederlands, een paar jaar onder mij. Inmiddels doet ze een master. Tussendoor lag haar studietraject een klein jaar stil vanwege een zware hersenschudding. Studeren ging niet. Wat wel lukte: korte gedichten, waarin ze haar fragmentarische denken van die tijd probeerde vast te leggen. Zo nu en dan plaatst ze er eentje op Instagram. Ik lees ze graag.


Laatst zag ik een foto van haar in een museum, in een feestelijke jurk bij een feloranje muur, een gedicht erop, haar naam eronder. Ik durf haar niet te vragen of ze ooit gedroomd heeft van gedichten op papier. Gelukkig hoeft dat niet, voelt ze zelf een opening.


‘Iets meer dan een jaar geleden werd ik benaderd door een uitgeverij,’ begint ze. ‘Ze vroegen of ik misschien een boek met ze wilde maken. Geen poëzie, liever een roman. Gedichten verkopen natuurlijk niet.’

Ze laat een pijnlijke stilte vallen. We hoeven niets te zeggen. We weten allebei hoe wreed dat klinkt.


‘Na een aantal lange gesprekken had ik ze overtuigd,’ vertelt ze. ‘Ze vonden het idee van mijn hersenschudding wel interessant, tot wat voor poëzie dat leidt. Ze zouden het bespreken in de redactievergadering, zeiden ze. Daarna heb ik nooit meer iets gehoord.’


Ik slik, zou willen dat ik het niet herken.


‘Het is een vreemde afhankelijkheidsrelatie,’ zeg ik, halve poging tot troost, terwijl ik stiekem om me heen blijf turen op zoek naar een geschikte fotoplek. ‘Zonder auteurs geen uitgeverijen, maar zonder uitgeverijen ook geen auteurs. En helaas zijn die eersten een stuk schaarser.’


Ze volgt mijn blik richting een boomstam, neemt zonder iets te vragen plaats. Ik richt mijn camera weer op haar, zie aan haar gezicht hoe ongemakkelijk ze deze pose vindt, balancerend op de stam, haar knieën in een vreemde hoek. Ik kan haar laten doen wat ik wil, flitst door me heen. Net als zij.


We lopen verder. Tussendoor leunt ze tegen een boomstam, neem ik een foto van haar op de rug terwijl ze over een idyllisch bruggetje loopt. Ik vraag me af of zich in haar hoofd nu een gedicht ontspint, zoals dat ook gebeurt in het mijne.


‘Ik heb ze misschien wel tien keer gebeld,’ zegt ze plotseling terwijl ze haar jas dichtknoopt. Een teken dat het klaar is. ‘En gemaild. En geappt. Ik voelde me zo’n stalker. Ze moesten eens weten hoe graag ik dit wil.’


‘Ik ben bang dat ze precies weten hoe graag je dit wilt,’ zeg ik. ‘Maar dat ze daar in de loop der jaren gevoelloos voor zijn geworden.’


‘Rotzakken.’ Ze schopt tegen een boomstronk. Ik wist niet dat ze dit in zich had, dacht dat dit meisje altijd kalm bleef.


We nemen afscheid bij de fietsen, ik roep haar na dat ik haar de foto’s toestuur. Ik besluit mijn belofte zo snel mogelijk na te komen. Zodat ze niet hoeft te twijfelen of ze me moet appen, bellen of mailen. Zonder haar geen foto. Zonder haar geen gedicht.


📷 Unsplash, Patrick Schaudel

Anne van den Dool

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) is tekstschrijver, auteur en cultureel journalist. Ze studeerde film- en literatuurwetenschap en neerlandistiek aan de Universiteit Leiden en de Université de Lille. Ze schrijft voor onder meer NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en Het Nationale Theater. Ook is ze curator bij het Literatuurmuseum. In 2014 debuteerde ze met de roman Achterland. In 2020 verscheen haar tweede roman, Vluchthaven. Ze publiceerde poëzie in onder andere Tirade, Poëziekrant en DW B.

Andere berichten

Anne van den Dool
oktober 31, 2022
Anne van den Dool
september 19, 2022
Anne van den Dool
augustus 10, 2022