We willen het publiceren, maar bereid je voor op de reacties. Ik kan me de mail nog zo voor de geest halen. Een landelijk weekblad dat dagelijks een nieuw verhaal op haar website zet, wilde mijn artikel best hebben, maar ik moest me wel bewust zijn van het risico op boze gezichtjes en negatieve comments wanneer het stuk verspreid zou worden via sociale media.

Het artikel was namelijk een pleidooi voor een soepelere overgang van het studerende naar het werkende leven, en dat was in de ogen van de redacteur in kwestie wel heel erg een millennialonderwerp. Millennials, je weet wel: die generatie die pas net is komen kijken op de arbeidsmarkt en nu al vol droefenis heeft moeten concluderen dat daar tegenwoordig geen vast contract meer te vinden is. De generatie die het leenstelsel heeft zien verdampen en daarmee de druk om in één keer de goede studiekeuze te maken exponentieel heeft zien groeien. Die zich altijd in de gaten gehouden weet door iedereen die hen op sociale media volgt, waardoor ze alleen maar kiekjes durft te posten van hilarische vrijgezellenfeestjes en hagelwitte zandstranden. De generatie met het hoogste zelfmoordpercentage in aller tijden. Die.

Leden van de babyboomclub zouden nog weleens over mijn verhaal kunnen struikelen, vreesde de zelf al wat oudere redacteur: over mijn neergepende wens studenten zorgvuldig voor te bereiden op hun eerste baan, zeker aangezien universitaire studies je in principe enkel opleiden tot een leven als onderzoeker, en niet tot een arbeidscontract van negen tot vijf. Dat je je bij dat schrille contrast een beetje ongemakkelijk zou kunnen voelen, of zelfs hopeloos zoekende zoals ik, was blijkbaar enkel een geluid van mij en mijn leeftijdsgenoten. Toen ik mijn verhaal opschreef, had ik daar geen moment bij stilgestaan: ik dacht stiekem dat pas afgestudeerden van elke generatie baat zouden hebben bij een spoedcursus arbeidsmarkt, inclusief tips en tricks van succesvolle én minder succesvolle afgestudeerden. Die laatste groep zou je als je het alumniblaadje van je alma mater doorbladert tenslotte bijna vergeten.

Ze durfde het maar net aan, en dus kwam mijn artikel online. Daarmee kwamen ook enkele reacties van mannen die, te zien aan hun kalende profielfoto’s, inderdaad weleens tot de babyboomgeneratie zouden kunnen horen. Maar boven alles ontving ik berichten van vrienden, kennissen en onbekenden van mijn eigen generatie die zich zonder twijfel in mijn verhaal herkenden. De directeur van het alumnibureau van de universiteit waar ik zelf gestudeerd heb, nodigde me zelfs uit op de koffie en luisterde uitgebreid naar mijn verhaal.

En dan te bedenken dat ik het stuk na de opmerking van de redactrice bijna had teruggetrokken, bang als ik was voor de reacties die zij voorspelde. Maar terwijl ik daaraan terugdacht, voelde ik vooral medelijden met de boomers die minstens net zo hardhandig als ik in een hokje waren geduwd. Zij behoren tenslotte tot die andere in onze samenleving goed vertegenwoordigde leeftijdsgroep die systematisch over één kam wordt geschoren. Als millennial een scheldwoord is, is babyboomer dat zeker ook. En daar zaten we, op sociale media, onze eigen rolpatronen een beetje te bevestigen.

Bij het schrijven van mijn laatste roman trapte ik gek genoeg bijna weer in dezelfde valkuil. In een klein koffietentje – vol met millennials – vertelde ik aan een vriend over de verhaallijn van het manuscript waaraan ik werkte: die van een meisje dat in Indonesië op zoek gaat naar de roots van haar stiefopa, die daar in een jappenkamp had gezeten, hoe ze zich omringd weet door leeftijdsgenoten die wel van hun reis lijken te kunnen genieten, terwijl zij zoekt naar een vorm van ontspanning die ze met het verleden van haar stiefgrootvader in haar achterhoofd steeds maar niet vindt.

‘Klinkt heel millennial,’ concludeerde de vriend laconiek toen ik uitverteld was. ‘Zoektocht naar jezelf aan de andere kant van de wereld, uniek willen zijn, nooit tevreden. Ik zou maar een disclaimer op de kaft zetten.’

Zelf had ik geen moment stilgestaan bij het idee dat mijn verhaal opnieuw dat van een specifieke generatie zou kunnen zijn. Opnieuw had ik woorden en zinnen neergepend waarin ik de situatie vanuit mijn eigen perspectief bekeek. Dat dat meteen een millennialperspectief moest heten, daarvan was ik me tot op dat moment niet bewust geweest.

‘Je kunt er een zelfreflexief hoofdstuk aan toevoegen om de kritiek bij voorbaat te pareren,’ stelde de vriend voor, en ik besloot ter plekke, in dat koffietentje tussen andere eindtwintigers met latte macchiato’s en havermelkcappuccino’s, dat dat was wat ik moest doen. Al was het maar om me bewust te tonen van de clichématigheid die anderen blijkbaar in mijn verhaal zouden kunnen lezen. De clichématigheid van een meisje dat zich volstrekt uniek waant in haar gedachten en ideeën, maar stiekem meedeint op de stroming van een hele groep leeftijdsgenoten die hetzelfde voelt en denkt.

 Iedere generatienaam wordt vroeg of laat een scheldwoord, ben ik bang. De millennial, de babyboomer, in de ogen van de overgrote meerderheid zijn ze de ander – de ander in wie zij zich, als kind van weer een andere generatie, maar nauwelijks kunnen verplaatsen. Terwijl we allemaal net zo goed weten dat de grenzen tussen generaties volstrekt kunstmatig zijn: vaak genoeg lopen de veronderstelde start- en eindjaren van verschillende definities mijlenver uiteen.

Soms vraag ik me zelfs af of ik niet tot de generatie Z behoor: de leeftijdsgroep die is opgegroeid in de vanzelfsprekendheid van computers en luidkeels protesteert tegen nog meer klimaatwanbeleid. Misschien sluit ik me wel bij hen aan. In afwachting van het moment dat ook die generatienaam een scheldwoord is geworden.

Anne van den Dool

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) is tekstschrijver, auteur en cultureel journalist. Ze studeerde film- en literatuurwetenschap en neerlandistiek aan de Universiteit Leiden en de Université de Lille. Ze schrijft voor onder meer NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en Het Nationale Theater. Ook is ze curator bij het Literatuurmuseum. In 2014 debuteerde ze met de roman Achterland. In 2020 verscheen haar tweede roman, Vluchthaven. Ze publiceerde poëzie in onder andere Tirade, Poëziekrant en DW B.

Andere berichten

Anne van den Dool
juni 15, 2022
leidsCement
juni 14, 2022
leidsCement
juni 7, 2022