Een uitgebreid voorstelrondje van de mensen achter MaxiPoezie. Dat is de online uitzending op MaxiRadio (en als podcast op LeidsCement) gewijd aan gedichten, aan de hand van wisselende thema’s. Een uitdijend gesprek over taalfascinatie en expressie, over schrijven en bruisen, over oordelen en het belang van een vrijplaats, en over andere vormen van poëziebeleving en -verspreiding.

Op de foto: deelnemers: Annemieke Dannenberg, Matthijs van der Hoorn en Mike Koevoet. Sophia Blyden kon er niet bij zijn. Interview door Christiaan van Minnen.

Annemieke Dannenberg is opgeleid als creatief schrijver in Arnhem, en werkt nu in Leiden als schrijver, dichter, en maker van beleveniskunst. Ze is jurylid bij de Stadsdichtersverkiezing.

Matthijs van der Hoorn is afgelopen zomer afgestudeerd als bewegingstechnoloog maar ontdekte dat zijn hart en passie meer bij muziek en kunst en cultuur liggen.

Mike Koevoet zou na een studie Communicatiewetenschappen aan de slag gaan als creative bij een reclamebureau, maar corona kwam ertussen. Hij blijft zichzelf uitdagen met allerlei leesvoer, en voelt zich inmiddels meer schrijver en rapper. Hij volgde een online schrijfcursus van The Writer’s Guide (to the Galaxy) bij Derek Otte, voormalig stadsdichter van Rotterdam.

LeidsCement: Hoe begon het allemaal?

Matthijs: ‘Ik ben eigenlijk meteen na mijn afstuderen dit radiostation begonnen, naast mijn werk als DJ,  als een van de oprichters. Tijdens corona ben ik heel spontaan met een vriendin die grafisch illustrator is rijmpjes en gedichten gaan schrijven, en dan illustreerde zij er wat bij en dat is waar we elkaar mee bezig hebben gehouden in de eerste drie lockdown-maanden.  Daarna leerde ik Mike kennen, bij de Wibar. Ik hoorde een gedicht van hem en toen had ik toevallig ook Annemieke daar al eens gesproken, en Sophia ken ik ook via Roem. Dus ik dacht, laten we nou eens bij elkaar brengen, en kijken wat er gebeurt. En zo is MaxiPoezie ontstaan. Heel spontaan en heel natuurlijk is dat gegaan.’

Maar wel vanuit jouw drive en met jou als spil in het geheel. De drive is er bij iedereen, maar het moet ergens beginnen. Het voelde of het zo moest zijn.

Mike: ‘Zo voelde het inderdaad wel, als we kijken hoe dat hele jaar is gelopen, wanneer ik jou en Sophia heb ontmoet, en de expositie Binnenwereld – Buitenwereld van Roem, en dat is dan ook het moment dat Matthijs mijn gedicht hoorde.’

Annemieke: ‘En ik ook.’

Dat moet een heel bijzonder gedicht zijn?

Mike: ‘Dat was het, in elk geval voor mij. Ik probeerde een groot stuk van mijn coronatijd daarin samen te vatten. Het ging heel erg over verbinding maken, en ik ben aan het begin van de periode mijn baan verloren, een baan waarop ik alles had ingezet omdat die het voor mij wel zou moeten worden voor de komende jaren. Toen dat opeens wegviel is wel een groot deel van mijn fundament onder me vandaag geslagen. Dat zwarte gat en gebrek aan perspectief waren de backdrop voor dat gedicht. En ook de verbinding met mijn vriendin, of het gebrek aan verbinding op dat moment. Voor ons beiden was het een belangrijk project om samen te doen.

Annemieke: ‘Misschien wel leuk om te vertellen waar dat project dan voor was. Het ging om een expositie voor Roem, het collectief waar ik in zit en ook jouw vriendin Joosje. Jullie hebben toen samen die expositie aangevlogen met het maken van videopoëzie. Zij als beeldend maker en jij als dichter.’

Mike: ‘Ik heb de tekst verzorgd, zij de beelden, en een vriend van ons het sound design. Het idee vanuit Roem was eerst om een kunstfilm te maken waarin iedere maker van het collectief 2 à 3 minuten zou krijgen om iets te laten zien of vertellen. Dat zou dan gemonteerd worden en in de bioscoop te zien zijn. Maar dat was precies het moment waarop alles dichtging. Het is uiteindelijk een live film geworden als onderdeel van De Leidse Burcht.’

En je hebt dat ene gedicht geschreven, dat Matthijs zo raakte dat hij ging dichten. Dat is toch niet niks.

Matthijs: ‘Ja, ik weet het nog precies. Ik was een jaar aan het werk, beneden op kantoor, op een avond moest ik nog wat afmaken en ik had die online expositie aangezet. Ik was een plaat aan het pakken die ik moest verzenden en ik ben gewoon stil blijven staan bij dat gedicht. Het ontroerde me zo.’

Dan ga ik jullie meteen wat vragen over poëzie, want daar zijn we nu aangeland. Moet het rijmen? Dat lijkt zo’n beetje de draaggolf waar jij op uitzendt.

Mike: ‘Wel een beetje ja. Ik probeer er wel mee te experimenteren, maar hier moest het inderdaad rijmen om een bepaalde reden – ik voelde dat op dat moment zo.’

Begint het misschien met muziek? Ik het Duits heet poëzie ‘Lyrik’, en in het Engels hebben liedjes ‘lyrics’. Wij krijgen in de poëziewinkel vaak mensen die zeggen ‘Poëzie, ik vind het maar ingewikkeld’. Maar oké, ze zingen wel een liedje mee, met ritme en rijm. En dat is dan vaak het embryo van poëzie.

Mike: ‘Hmmm, de geboorte van de poëzie…’

Annemieke: ‘Ik denk dat er wel een onderscheid is tussen de spoken word-scene waar jij, Mike, wat meer in past en de poëzie die je leest. Jouw poëzie, die wil je altijd horen. Het is heel muzikaal, je hebt al vaker hele toffe dingen gemaakt op muziek en dan hoort dat rijm er een beetje bij. Dat stuwt, en dat hoort bij dat ritme en bij die klank. In die zin denk ik dat het misschien juist heel modern is.’

Mike: ‘Dat herken ik wel. Het is een thema in mijn werk, ook in dingen die ik hiervoor heb geschreven en die zeg maar allemaal in het boekje zijn gebleven. Die hadden als rode draad vaak dat ik iets had geleerd en dat wilde integreren of op die manier wilde opschrijven.’

Matthijs: ‘Ik herken me wel heel erg in dat embryo. [grinnikt] Als ik me als dichter vergelijk met jullie ervaring… Sophia heeft Nederlands gestudeerd, Annemieke is schrijver, Mike heeft een cursus gedaan… Ik ben nog aan het ontdekken wat dit allemaal voor mij betekent. Het is een soort innerlijke drang waar ik in mee wil gaan, omdat ik denk dat als je de drang hebt om iets te creëren dat je die moet volgen. Bijvoorbeeld in de tweede aflevering van MaxiPoezie: ik maakte altijd rijmende gedichtjes, of rijmpjes. Daar ben ik die aflevering van afgestapt en dat ging heel goed. Dat was wel een soort openbaring, en de anderen waren heel enthousiast. Dus ik ben blij dat ik deze stap heb gezet om deze groep bij elkaar te brengen want dat heeft voor mij echt een toegevoegde waarde.’

De groep is jullie persoonlijke klankbord?

Matthijs: ‘Precies. Het is een beetje zo voor mij: voordat een kind naar de basisschool gaat en alle regels van de samenleving gaat leren, is het een beetje instinctief hoe het communiceert. Ik heb geen kader waarbinnen ik moet werken of zo. Dus ik heb ook veel vrijheid. Ik hoed me ook niet te spiegelen aan officiële dingen, of een cursus te gaan doen. Ik denk dat ik het juist fijn vind om bij mezelf te blijven. Kijken waar ik mee op de proppen kom in plaats van dat iemand anders dat bepaalt.’

En waarom neemt dat de vorm aan van poëzie? Het medium taal?  Je kunt ook gaan raggen op een gitaar, of trompet spelen.

Matthijs: ‘Dat is een goeie vraag. Ik ben DJ, en daarin spreken ook klanken mij aan, dus geluid is sowieso wel mijn ding. Woorden komen gewoon naar boven. Er moet ook een soort plezier in zitten ja. Sommige woorden klinken gewoon goed met elkaar. Dat is het leuke.’

Na een tijd als jurylid van een studentenpoëziewedstrijd merkte ik dat poëzie anders dan mensen denken echt leeft bij de jongste generaties, dat die daar heel erg mee bezig zijn. En daarom is het zo mooi dat jullie deze setup hebben. Wat willen jullie precies met MaxiPoezie? Wat moet het zijn?

Annemieke: ‘Ja… ik weet niet of ik voor iedereen kan spreken, maar wat ik er zelf uit haal is een ongelooflijk gevoel van experiment en vrijheid. Misschien het tegenovergestelde van wat jij net zei, Matthijs, maar ik heb vier jaar lang Creative Writing gestudeerd en daarbij heel erg een idee ontwikkeld van ‘wat is goed en wat niet’. Wat mag ik wel schrijven en wat niet. Op dat moment voelde het niet beperkend, want je bent in ontwikkeling en je bent elke dag van 9 tot 5 met een groep schrijvers bezig aan jezelf te schaven. Je levert elke week een gedicht in en dat is gewoon fantastisch. Maar daarna moet je het zelf doen. Wat ik met deze groep mensen terugvind, is het spel en het plezier om te experimenteren. Juist met die gekke thema’s die we elke keer pakken, krijg ik een beetje dat academiegevoel terug. Het hoeft niet meteen een bundel te worden. Het is absoluut geen ‘af’ product dat je maakt. Ik zie het echt als experimenteren en spelen. We zijn eigenlijk superlief voor elkaar.’

Dat hoorde ik!

Annemieke: ‘We zijn helemaal niet bezig met kritiek leveren. Met dat rijmen bij Matthijs ging het zo dat we zeiden: hoe zou het zijn zonder rijm? En we waren zo enthousiast toen hij dat deed! We zijn met elkaar bezig te kijken hoe je plezier kunt hebben, hoe je kunt experimenteren, wat heb je daarbij nodig, hoe kunnen we elkaar daarin helpen. In die zin vind ik het best intiem en bijzonder en…’

…veilig ook, voor elkaar?

Annemieke: ‘Ja, en inspirerend, om juist allemaal op een verschillend punt te zijn in ons schrijverschap. We nemen het wel allemaal even serieus: we willen wel dingen maken en dat vind ik het belangrijkste. Dat je met mensen de drang deelt om tot expressie te komen. Of dat dan de ene keer supergoed is en de andere keer niet dat maakt niet uit. Eigenlijk oordelen we ook niet. Dat voel ik ook niet van de anderen. Het is een oordeelloze vrijplaats voor het schrijven.’

Denk je dat oordelen in de schrijverij weleens funest kunnen zijn voor mensen?

Annemieke: ‘Zeker. Dat geeft een enorme druk, die ik ook voel, als schrijver.’

Mike: ‘Ik moest even lachen, want ik las laatst een artikel over hoeveel boeken mensen schrijven en insturen, en hoeveel er daarvan worden uitgegeven door een bepaalde uitgever. Ik heb meteen drie dagen niet geschreven.’

Annemieke: ‘Wat ik zo fijn vind aan samenkomen hier en het experiment aangaan is dat je de onzekerheid doorbreekt. Het is dan misschien niet weg, maar het schrijfplezier en de moed om iets onafs voor te dragen winnen het op zo’n moment.’

Tegelijk heb je in die vier jaar wel moeten leren om je darlings te killen.

Annemieke: ‘Natuurlijk. Wij krijgen tegelijk ook inzendingen van buitenaf…’

En best heel goede! Er was Italiaanse mevrouw met een indrukwekkend gedicht in jullie Tarot-uitzending die ook heel mooi voorlas in het Engels.

Annemieke: ‘Dat is wel leuk, dat we eigenlijk een enorm netwerk hebben van schrijvers. Beginnend, gevorderd, alles door elkaar.’

Hoe kom je daaraan?

Annemieke: ‘Dat is gewoon zo gegroeid denk ik. Sophia werkt bij Brommer op Zee, heeft Nederlands gestudeerd, is zelf ook schrijver, dus zij heeft een enorm netwerk. Ik heb door de opleiding en mijn werk als schrijver dat ook. En Mike en Matthijs ook, maar dan meer in de spoken word-hoek. Mike liet me daarstraks al iets heel tofs zien.’

Mike: ‘Dat is een jongen uit Leiden die voor de volgende aflevering iets wil insturen. Hij is bezig met iets bezig waarvan hij zegt: het is te poëtisch voor rap, en te cool voor poëzie, zoiets. Ook al zijn we nog niet superlang bezig, het is elk geval leuk te merken dat mensen uit zichzelf dingen beginnen in te sturen.’

Het is ook wat LeidsCement wil helpen bevorderen: het maken van nieuwe cultuur naast al het oude waar Leiden zo rijk aan is, maar dat ook het frisse en opborrelende kan verstikken waar jullie zo’n goed voorbeeld van zijn.

Mike: ‘Voor mij is het daar ook wel een reactie op. Ik woon nu een jaar of acht in Leiden en in de tijd dat ik hier ben merk ik: hup, club dichtgedaan, kroegen waar nog weleens spoken word was: ook weg. De Wibar heeft het op dit moment ook weer superlastig. Dus toen MaxiRadio kwam, dacht: dit is de oplossing. Een plek waar het doel puur is om je stem of je vaardigheid te laten horen als jonge maker. Ik bedoel: er was hier laatst een jonge DJ van 16.’

Matthijs: ‘Hij kwam zelfs met zijn vader. Hij had nog nooit in een club gestaan, maar was er helemaal gepassioneerd over.’

Die had alleen nog thuis staan draaien?

Matthijs: ‘Hij had wel een productie-opleiding gedaan aan de Herman Brood Academie. Zijn vader ging ons hier vragen van ‘het bubbelt hier van de DJs ieder weekend. Hoe kan ik dan mijn zoon helpen om groot te worden’. Dat is zo leuk: je hebt een heel toegankelijk podium hier. Dat wij hier bezig zijn maar er steeds meer andere concepten bijkomen.’

Annemieke: ‘Je hebt ook een filosofie-podcast bijvoorbeeld.’

Matthijs: ‘En bijvoorbeeld music talks en culture talks. Daarbij praten Leontine De Reede (Gebr. De Nobel) en Erik Lourensen (Wibar) over de nachtcultuur in Leiden, hoe dat geweest is en hoe dat gaat worden. De gevolgen van corona en waar het nu heen moet.’

Annemieke: ‘Ja het borrelt hier van alle kanten, echt een broedplaats…’

Kunnen we concluderen dat poëzie (of poezie) gewoon heel erg leeft, maar er misschien anders uit ziet dan mensen vroeger dachten?

Matthijs: ‘Ik denk het wel. Dat het leeft en veel meer en breder leeft dan misschien daarvoor.’

Annemieke: ‘Ik heb wel echt het idee dat er in Leiden heel veel gebeurt qua poëzie. Ik zit zelf ook in een groep van 40 mensen, ook internationale studenten, die samenkomen en voordragen in een park of zo’n soort plek. Het leeft écht, maar dan vooral met het voordragen, in plaats van op zolder eindeloos in je eentje schrijven, maar juist het ten gehore brengen, ermee naar buiten gaan.’

MaxiPoezie en de andere podcasts van MaxiRadio keren binnenkort terug op LeidsCement!

Christiaan van Minnen

Christiaan van Minnen

klassieke muziek, poëzie, literatuur, duurzaamheid

Andere berichten

leidsCement
september 25, 2021
...
leidsCement
september 25, 2021
leidsCement
september 24, 2021