Soms denk ik dat ik zelfstandig tekstschrijver ben geworden uit gebrek aan zelfvertrouwen. Uit angst mijn jaarcontract niet verlengd te krijgen, te belanden in een baan waarin ik iets niet kan. Maar vooral uit vrees voor halfjaargesprekken, waarin je met zwetende handen gescoord wordt op de ontwikkeling van competenties waarvan je niet eens wist dat ze bestonden, laat staan dat ze van je werden verlangd. Laatst hoorde ik iemand over een bij haar op werk heel gebruikelijk evaluatietraject waaraan iedere medewerker werd onderworpen, bestaand uit drie sessies van drie kwartier, gericht op hun glow, flow en grow. De gedachte alleen al bezorgde me koude rillingen.

Als zelfstandige mis je meer evaluatiemomenten. Momenten waarop je complimenten kunt krijgen, maar vooral momenten die waarop je ook overladen kunt worden met kritiek. Het teruggeven van mogelijke verbeterpunten is namelijk een vak apart, en die ongemakkelijke situatie ontlopen we nu eenmaal liever. Wie aan een zzp’er duidelijk wil maken dat die slecht werk heeft afgeleverd, kan dat signaal ook op een andere manier afgeven: je huurt diegene simpelweg niet meer in.

Hoe anders is dat bij een werknemer. Die probeer je te kneden, te sturen en op te leiden, in de hoop dat je voor al die inspanningen een betere collega terugkrijgt. Ik beken heel eerlijk: dat coachingstraject mis ik niet – de keren dat ik zoiets dacht mee te maken, kreeg ik vooral het gevoel dat ik in een koekjesvorm werd gedrukt waarin ik maar nauwelijks paste, geleid als mijn leidinggevende werd door wat er nodig was in de organisatie, en niet door wat men in mij zag.

Sinds ik zulke benauwende gesprekken en trajecten niet meer hoef te doorstaan, ben ik een opgelucht mens. En toch vraag ik me weleens af of ik het mezelf met deze vluchtroute als ingehuurde niet te makkelijk maak. Mis ik door deze momenten te ontlopen ook niet reusachtige mogelijkheden tot ontwikkeling? Blijf ik als zzp’er niet eeuwig stilstaan, aangezien ik alleen maar ingehuurd word voor wat ik al kan en niet voor wat ik nog moet leren?

Ik denk dat het complexer ligt. Ik durf inmiddels zelfs te geloven dat zelfstandigen – afhankelijk van de organisatie waarmee je te maken hebt en het vertrouwen dat je wordt toebedeeld, natuurlijk – sneller de kans krijgen een taak op te pakken waarmee ze nog geen ervaring hebben, simpelweg omdat ze zich buiten het vaak toch wat vastgeroeste systeem van de organisatie bevinden. Ik denk met een wee gevoel in mijn maag terug aan de voormalig stagiairs en trainees die ook toen ze vast in dienst kwamen, zag ik, nog steeds in alle vanzelfsprekendheid werden aangekeken als de koekjes op waren of de koffiebonen moesten worden aangevuld.

Als zelfstandige sta je buiten die rangorde: wanneer jij laat zien dat je iets kunt, dan kun je het. Je hoeft niet eindeloos te klimmen op een ladder, angstig om collega’s met dezelfde ambities voor het hoofd te stoten. Je wordt bovendien vaak voor één specifieke taak ingehuurd – kleine kans dat men teleurgesteld zal zijn als je iets anders wat niet in de taakomschrijving stond minder goed blijkt te kunnen, zoals ik als werknemer weleens heb meegemaakt toen me een extra bezigheid in de schoenen werd geschoven waarom ik nooit had gevraagd.

Als zelfstandige ben jij de specialist. Men vertrouwt jou. Wie een professional inhuurt om jouw organisatie te verrijken met diens expertise en diegene vervolgens de les gaat lezen, gooit geld weg.

Maar bovenal: als zelfstandige ontvang je dankbaarheid voor de klus die je hebt geklaard. Tot op de dag van vandaag blijf ik positief verrast worden door de complimenteuze mailtjes die ik ontvang nadat ik een artikel heb toegestuurd, sneller dan verwacht een webtekst heb opgeleverd, verrassend opgewekte socials in elkaar heb weten te knutselen. Zijn die mails in feite nepglimlachen, die moeten verhullen dat het door mij gefabriceerde eigenlijk broddelwerk is en dat men de volgende keer naar een andere tekstschrijver op zoek gaat? Misschien. Maar tot nu toe komt men na zo’n compliment gelukkig vaak genoeg bij me terug.

Ik ben niet de enige. Zzp’ers met wie ik over ons bestaan praat, bevestigen steevast mijn gedachten: hoe ontzettend prettig het is oprecht te worden bedankt voor het werk dat je aflevert. Ook het gebrek aan hiërarchie tussen opdrachtgever en -nemer wordt vaak als groot voordeel genoemd. De een heeft een vraag en de ander biedt een antwoord; de een biedt geld en de ander een dienst. Mocht ik ooit een leidinggevende functie krijgen, dan hoop ik die gelijkwaardigheid op dezelfde manier in de banden met mijn medewerkers te incorporeren.

Hoe ingewikkeld zou het zijn loondienstbanden op dezelfde manier vorm te geven, heb ik me weleens afgevraagd. Met meer dankbaarheid en minder op elkaarneergekijk. We zouden werk er zoveel leuker door kunnen maken: we zouden de omgang met collega’s er soepeler door kunnen laten verlopen, er vaker het gevoel door kunnen krijgen op waarde te worden geschat. En ook van complimenten leer je: je begrijpt beter wat een ander in je waardeert, zodat je weet welke zaken je de volgende keer op de andere manier moet aanpakken.

Natuurlijk ontslaat mijn keuze voor zelfstandigheid mij niet van een varia aan vormen van onzekerheid. Wanneer een bladenmaker mij niet opnieuw vraagt een artikel te maken voor de volgende editie van een magazine, vraag ik me af welke boodschap ik daaruit moet afleiden. Als na een enthousiast kennismakingsgesprek een opdracht toch niet door blijkt te gaan, ben ik soms bang dat het aan mij ligt. Maar een complimenteuze mail in mijn inbox biedt genoeg brandstof om weer steady door te tuffen. Ik ben tenslotte niet afhankelijk van die ene opdrachtgever, zoals ik dat wel was toen ik in loondienst bewust of onbewust om de goedkeuring van leidinggevenden bedelde. Dat gevoel van zelfstandigheid zou ik iedereen – in loondienst of als zzp’er – ten volle willen gunnen.

Anne van den Dool

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) is tekstschrijver, auteur en cultureel journalist. Ze studeerde film- en literatuurwetenschap en neerlandistiek aan de Universiteit Leiden en de Université de Lille. Ze schrijft voor onder meer NRC Handelsblad, de Koninklijke Bibliotheek en Het Nationale Theater. Ook is ze curator bij het Literatuurmuseum. In 2014 debuteerde ze met de roman Achterland. In 2020 verscheen haar tweede roman, Vluchthaven. Ze publiceerde poëzie in onder andere Tirade, Poëziekrant en DW B.

Andere berichten