Met een indrukwekkende ‘Dutch Tango’ gaven Danny Molenaar en Esther van Leeuwen van Levend Lijf een spetterende start aan De Straat Op! Deze zomer is cultuur te vinden in alle Leidse buurten, waaronder het straattheater op stelten van Danny en collega’s. Wij spraken Danny over zijn werk, de manier waarop zijn achtergrond in de zorg hem tot theatermaker heeft gemaakt en over het belang van toegankelijke cultuur, juist in deze corona-zomer.

Danny: ‘Ik heb met verstandelijk gehandicapten gewerkt en daarbij vond ik het altijd al leuk om theater te maken. Dat deed ik er als hobby een bij, met bewoners van de instelling waar ik werkte. Daar kreeg ik steeds meer enthousiaste reacties op en vragen of ik ook op andere plekken kon spelen. In 2002 ben ik mijn eigen bedrijf Levend Lijf begonnen en sindsdien is theater maken echt mijn beroep. Ik reis in de zomermaanden door heel Europa om op festivals te spelen, al is dat nu veel minder door corona. Ik heb drie kinderen en ik merkte de laatste tijd ook wel dat ik meer thuis wilde zijn, je mist veel als je steeds maanden weg bent. Daarom probeer ik nu om juist hier in Leiden meer bezig te zijn.’

Vinden je kinderen het leuk om werk je aan het werk te zien?

‘Jazeker, heel schattig. Wanneer ik in een rol stap zie je een transformatie bij ze, een moment waarop ze je niet meer als vader zien maar als performer. Je ziet de blik veranderen, ze worden opeens verlegen. Na een voorstelling komen ze graag meteen naar me toe rennen om een knuffel te geven en te laten zien: ‘dit is mijn papa’.’

Van werken in de zorg naar een eigen bedrijf als theatermaker lijkt me een grote stap. Hoe zijn die twee zaken met elkaar verbonden?

‘Wat ik in de zorg heb geleerd is hoe ik zonder woorden een boodschap kan overbrengen. ‘Jij moet nu gaan douchen,’ bijvoorbeeld, hoe zeg je dat tegen iemand die geen spreektaal begrijpt? Ik moest op zoek naar nieuwe communicatiemiddelen door mijn creativiteit in te zetten. Bij straattheater heb je publiek dat ieder moment kan weglopen of misschien wel helemaal niet op jou zit te wachten. Door in hun taal te gaan zitten kun je ze vervolgens meenemen in jouw taal. Je neemt ze mee met het wow-effect of met iets grappigs en kunt vervolgens echt iets vertellen. Het theater dat ik maak is heel fysiek. In communicatie is taal voor mij ondergeschikt, het is lichaamstaal die de boodschap tot leven brengt.’

Ik ben waarschijnlijk een ontzettende cultuursnob, want toen ik voor het eerst las over straattheater met stelten moest ik meteen denken aan een circusact met creepy clowns. Intussen heb ik gelukkig geleerd dat wat jij doet héél anders is. Loop je vaker tegen dat soort aannames aan?

‘Straattheater is heel laagdrempelig en ik vind dat ik daarmee eigenlijk een heel belangrijke rol heb. Ik tref juist mensen die in eerste instantie denken dat ze niks met theater hebben. Misschien denken ze bij mijn acts wel: ‘oh, dit is eigenlijk heel gaaf.’ Misschien is dat heel idealistisch, maar zo zet je toch iets aan waardoor die mensen volgende keer op een festival wel eens naar theater gaan kijken en misschien toch ooit in de schouwburg belanden.’

Dat klinkt inderdaad als een mooie rol, maar ook als een grote uitdaging.

‘Bij straattheater heb je te maken met weersomstandigheden, publiek dat niet altijd gefocust is, je hebt geen belichting… In die bubbel kun je mensen niet meenemen dus in die zin is het een harde wereld. Ik heb weleens overwogen om gewoon binnen te gaan werken maar ik ben juist trots op deze vorm van theater. Ik trek een divers publiek, juist mensen die niet per se iets met cultuur hebben. Ook daarin grijp ik terug op mijn werk als verpleegkundige. Ik beweeg naar mensen toe, pas me aan ze aan om ze vervolgens mee te nemen naar een ander stukje wereld. En natuurlijk was straattheater ooit de start van alle theater. Op straat begon het.’

Ik kan me voorstellen dat het ook kwetsbaar kan zijn, zo midden op straat op je stelten in een gigantisch kostuum. Ervaar je dat weleens zo?

‘Toen ik ermee begon vond ik het heel erg spannend en was te zien. Als ik er nu vertrouwen in heb dat het goed zit, dat ik iets moois kom brengen, dan straal ik dat uit. In de loop van tijd heb ik leren aanvoelen welke leden van het publiek meegenomen willen worden en wanneer je beter op afstand kunt blijven.’

De komende weken ga je niet alleen zelf de straat op, je nodigt ook andere makers uit. Hoe is dat ontstaan?

‘Toen het hele corona-verhaal begon kreeg ik al vrij snel het idee dat we deze zomer cultuur naar de mensen toe moeten brengen. Wij straattheatermakers deden dat eigenlijk altijd al. Zo ontstond het idee voor de Blijf-Lekker-Thuis Parade. Het idee van Cultuurfonds en leidsCement om met De Straat Op! krachten te bundelen kwam precies op het juiste moment. Het zou mooi zijn als we hiermee de cultuur voor deze zomer weer kunnen aanzwengelen. Onze act is constant in beweging, zodat we de mensen kunnen opzoeken. Als het er in verband met de veiligheid net te veel worden lopen we rustig door.’

De aankomende weekends zijn Levend Lijf en vele andere straattheater-acts te vinden in verschillende Leidse buurten en wijken. Houd het programma van De Straat Op! goed in de gaten om op de hoogte te blijven.

Sophie Jansen

Sophie Jansen

Andere berichten

Kavian Mirzaei
juli 8, 2020
Sophie Jansen
juli 7, 2020