Huiskameroptredens zijn al een aantal jaren een trend. Is het een reactie tegen massafestivals, een terugkeer naar de roots? Of zoals een gastheer van Jazz in de Kamer het uitdrukte: ‘De beste plaats om mijn idool te zien, is mijn eigen woonkamer.’ Leiden heeft op dit moment een aantal van dit soort evenementen: naast Jazz in de Kamer zijn er het Stukafest en  Gluren bij de Buren. Maar zo langzamerhand is er in bijna elke plaats in Nederland wel een huiskamerfestival, van Harderwijk tot Venlo en van Nissewaard tot Groningen. Ze worden allemaal goed bezocht en breiden zich jaarlijks uit. Ook voor de performers zelf blijkt de huiskamer als podium in een behoefte te voorzien. LeidsCement sprak met een aantal betrokkenen bij de diverse evenementen en probeert het succes te verklaren.

Stukafest

Anders dan het geinige logo van twee stinksokken misschien doet vermoeden, is dit één van de langst bestaande en grootste huiskamerfestivals van het land. Het begon ooit in Nijmegen in 2001 en vindt inmiddels plaats in 16 steden, jaarlijks in februari. Er zit een behoorlijke organisatie achter Stukafest – met zo’n 150 vrijwilligers, 65 culturele acts, partners en betrokkenen werken we samen met allerlei opkomende en gevestigde muzikale, theatrale, choreografische en experimentele talenten.

De performances zijn divers: cabaret, dans, poëzie, toneel, en muziek in alle stijlen. Er doen gevestigde en vaak ook beginnen artiesten mee. De organisatie is per stad in handen van een lokaal bestuur, dat vanuit de landelijke organisatie wordt ondersteund met advies en draaiboeken maar uiteindelijk een eigen visie mag ontwikkelen. In 2020 telde het programma in Leiden 26 acts op 20 locaties in de binnenstad, met en opening in het RMO en een slotfeest in de Popupclub aan de Lammermarkt. In afgelopen paar jaar groeide het aantal bezoekers van Stukafest landelijk met dubbele cijfers, ook al waren er in 2019 drie deelnemende steden minder dan het jaar ervoor. Voor het publiek daardoor passen en meten soms…

Stukafest Leiden, in 2020 alweer de twaalfde editie, deed het bijzonder goed: 93% van de tickets was verkocht. Op 20 locaties in de stad waren 25 voorstellingen te zien. Een bezoeker: ‘Wat het in Leiden speciaal maakt, behalve een goede programmering natuurlijk, is dat er echt mooie panden zijn waar je dankzij het festival eens binnenkomt.’ Zo zijn er op Hooigracht 39 prachtige muurschilderingen, heeft Herengracht 35 een gigantische fusie en is er op Nieuwe Rijn 12 een supersjieke kamer als podium.

Gluren bij de Buren

De naam zegt het al: ‘Het is ook gewoon leuk om eens in iemand anders’ huis te zijn net als op Open Monumentendag,’ zoals twee bezoekers van een jazzoptreden in de Herenstaat toegaven. Soortgelijke festivals zijn Muziek bij de Buren (niet in Leiden) en Struinen in de Tuinen, het zomerse zusje van Gluren bij de Buren. Sinds het eerste evenement in Amersfoort in 2008 is dit eendaagse huiskamerfestival uitgegroeid naar ruim 1300 gratis toegankelijke tijdelijke mini-podia voor lokaal talent.

Doel is iedereen de kans te geven om zijn of haar podiumkunsten te tonen. Er is naast gevestigde namen dus uitdrukkelijk plaats voor startend talent en amateur-performers. De lokale insteek is ook een kenmerk: gastheer/vrouw en act ‘creëren een uniek feestje, waarbij de omliggende buurt wordt betrokken en geënthousiasmeerd. In een intieme setting staat de koffie klaar en heeft de act direct contact met zijn publiek,’ zo staat te lezen op de website.

Slim is hoe ook de marketing tot op straatniveau lokaal is gemaakt. In Leiden circuleerde een programmakrant met een open plek op de voorpagina. Daarin schrijven podiumbezitters met een dikke stift hun adres en brengen de krant vervolgens zelf rond in de buurt. Uw verslaggever had zich verheugd op een optreden van zangeres Dailah (helaas afgelast), een beginnende Leidse singer-songwriter die gelukkig wel op het Stukafest te horen was.

Jazz in de Kamer

Dit festival programmeert grote namen uit de jazzwereld, en net als bij Stukafest zijn er betaalde tickets. ‘Je komt hier acts tegen die ook in het Bimhuis staan,’ aldus organisator Sylvia Karres. Het festival begon zes jaar geleden, geïnspireerd op het Amsterdamse Wilhelmina Huiskamerfestival en is ingebed in het RGB-Festival. Net als het Amsterdamse evenement werkt Jazz in de Kamer met routes. Je reserveert met je ticket een van de vijf rondgangen langs drie huiskamers. Karres: ‘We willen zorgen voor onverwachte ontmoetingen en gegarandeerde diversiteit. Dus als je iets boekt dat je al kent, kom je ook een optreden tegen met wereldmuziek of bijvoorbeeld van de Rotterdamse stadsdichter Derek Otte.’

Het zijn door deze opzet vaak performers die met evenveel gemak in een veel grotere zaal zouden spelen. Maar Janne Schra, Wouter Hamel of Benjamin Herman vinden het de moeite waard om ook in intieme setting te spelen. Janne Schra was te gast bij INDEX Poetry Books op 4 januari 2020 voor een try-out. Normaal boven het budget, maar in dit geval kwam ze met alleen componist en begeleider Reinout Douma nieuwe nummers uittesten als vervolg op hun album met muziek bij de poëzie van dichteres Vasalis. In een intieme omgeving met enkel een piano je tekst of je melodie even anders aanpakken, een nummer even opnieuw beginnen: het kan allemaal. De huiskamer als reageerbuis: ook het publiek blijkt dat prachtig te vinden. Getuige zijn van de wording van een optreden – niet zo gelikt, niet zo frontaal.

Wat heel goed kan, beaamt Sylvia Karres, is dat de opkomst / terugkomst van de singer-songwriter en de trend naar akoestische muziek überhaupt hebben bijgedragen aan de groeiende populariteit van huiskameroptredens. ‘Beleving’ is zo langzamerhand een overlevingseis voor winkels in binnensteden, en in de cultuur is diezelfde trend zichtbaar. Authenticiteit en ambachtelijkheid, de warmte van het directe contact.

Intussen, in België

Doordat je publiek bijna letterlijk op schoot zit, raken huisvoorstellingen sneller een gevoelige snaar. Dat is niet alleen zo bij concerten, maar ook bij theater, bevestigt Katrijn Govaert. Met twee vriendinnen vormt ze Kleine Prettige Stoornis (KPS), een Gents gezelschap dat hoofdzakelijk in huiskamers optreedt. ‘Het gebeurt wel eens dat mensen beginnen te huilen tijdens onze voorstelling. Best heftig. Maar die intimiteit werkt ook omgekeerd: je ziet het meteen als iemand zijn aandacht verliest. In het begin trok ik me dat erg aan.’

Zijn er nog redenen waarom Kleine Prettige Stoornis voor de huiskamer als podium kiest? ‘Het leukste is dat je vaak voor een publiek speelt dat het niet gewend is naar theater te gaan. Ze komen gewoon af op de uitnodiging van hun buren of vrienden’, zegt Govaert. ‘Anderzijds is het onze manier om origineel te zijn en op te vallen in het overaanbod aan voorstellingen.’

Een van hun gastheren: ‘Theater interesseert me wel, maar als ik naar de schouwburg ga heb ik soms last van de mentaliteit: nogal wat mensen hebben er een hoge dunk van zichzelf. Terwijl het er in onze woonkamer altijd vriendschappelijk aan toe gaat, of het nu theater is of cabaret dat we uitnodigen.’

Zegt dit iets over (de toegang tot) bestaande podia?

De Volkskrant schreef in februari 2019 over dalende leeftijd van het publiek op de grotere poppodia. Dan gaat het vooral over de populaire hiphopartiesten, waarbij zalen soms zelfs begeleiding verplicht stellen en bijvoorbeeld in De Nobel de bierkraan dicht ging gezien de gemiddelde leeftijd van het publiek. Per definitie zijn er dus ook veel mensen die zich minder thuis voelen tussen de massa’s scholieren. Tegelijk is de baromzet, alcoholisch of niet, vaak essentieel voor het businessmodel van de zalen. Om puur financiële redenen is het gewoon minder aanlokkelijk voor podia om een klein en bijzonder gezelschap een plek te geven, ook als ze zelf de daarbij passende omvang hebben. Dat is waar de huiskamer zich natuurlijk ook onderscheidt. Gechargeerd gezegd: het kleinere vaste podium wordt de zoveelste middle man die sneuvelt door de platformeconomie.

Een voorbeeld van zo’n platform is Plugify.nl, een goed ontworpen website waar vele honderden musici direct te boeken zijn. Vaak zijn het jonge artiesten maar wel professionals. De opdrachtgever klikt en rekent gewoon af per iDeal. Doordat je direct filmmateriaal kunt streamen krijg je een duidelijke indruk van hun stijl en hun kunnen. Er zijn beoordelingen van eerdere opdrachtgevers, heldere tarieven voor de optredens zelf en de eventuele techniek, de maximale reisafstand en handige filters op genre en bezetting waardoor je supersnel navigeert naar de soort artiest(en) die je zoekt. Voor speciale gelegenheden maar zeker ook voor huiskameroptredens.

Ik sprak met Eline Leijten, die vanuit haar eigen ervaring als lid van een koor het idee kreeg voor de site. ‘Waarom was live muziek boeken anno 2015 nog altijd zo verdraaid ingewikkeld, inefficiënt, en intransparant?’ Haar band Tosca’s Backstage Wonders zal altijd te klein blijven om op Google vindbaar te zijn. ‘Daar vind je alleen die ouderwetse intermediairs die in zoveel branches al zijn weggevallen; in de muziekindustrie heten die boekingsbureaus.’

Als je Eline vraagt naar de podia, merkt ze op dat veel van de culturele subsidies daar terechtkomen en niet bij de makers zelf. Via Plugify boek je bij de artiesten zelf. Ook voor opdrachtgevers zijn bijzondere voordelen: ‘Wij garanderen dat als je geboekte artiest ziek is, er altijd iemand anders komt spelen die zo goed mogelijk aansluit.’ Ook Eline ziet de trend van verstilling, onthaasting en authenticiteit die goed samengaat met de huiskamersetting. En het valt haar op dat mensen sterk de neiging hebben artiesten uit de eigen plaats of streek te boeken. ‘Shop local,’ dus ook in de muziek. Een van de aardigste kanten van huiskameroptredens vindt zij dat er rustig kan worden nagepraat tussen de uitvoerende en het publiek.

Een blik terug

Natuurlijk is het verschijnsel huiskameroptreden niet nieuw. Binnen de klassieke muziek is kamermuziek een overkoepelend genre, dat niet zou bestaan zonder de gastvrijheid van vorsten en adel. Maar huismuziek is ouder dan kamermuziek en was niet voorbehouden aan de machtigen der aarde met hun minstrelen en hofcomponisten. In het Holland van de zeventiende eeuw bepaalden huiskamerconcerten voor een groot deel het sociale leven. Dat was in 2013 goed te zien op de tentoonstelling Vermeer and music in de National Gallery, die de sfeer ervan in beeld bracht: verfijnd en sensueel, soms schalks of ronduit erotisch. Van de 36 overgeleverde schilderijen van Vermeer zijn er maar liefst twaalf waarop een muziekinstrument is te zien.

De tentoonstelling toonde hoe het muziekleven zich in het protestantse Nederland grotendeels afspeelde in huiskamers van welgestelde burgers. De instrumenten lagen er vaak voor het grijpen. Een ‘concert’ was geen luisteroefening, maar stond voor actief musiceren. Ook te zien was een fraai virginaal (een soort klavecimbel dat staand bespeeld kon worden) met het opschrift ‘Muziek is de zoete verlichting van de arbeid’.  En zo is het nog steeds.

Christiaan van Minnen

Christiaan van Minnen

klassieke muziek, poëzie, literatuur, duurzaamheid

Andere berichten

Anne van den Dool
oktober 31, 2022
Anne van den Dool
september 19, 2022
Anne van den Dool
augustus 10, 2022