Afgelopen zaterdag en zondag vond in Leiden de tweede editie van het Festival van het Andere Theater (oftewel FAT) plaats, georganiseerd door initiatiefnemers Kees van Leeuwen van Theater Ins Blau en Ioana Tudor van Theater De Generator. Niet alleen in hun zalen werd er genoten van voorstellingen, maar ook in verschillende wijken van de stad, zoals de Zeeheldenbuurt en de Kooi. De aftrap van het evenement werd zaterdagmiddag gegeven bij het Theehuis in de Tuin van Noord, waar een groep mensen in het zonnige weer bijeen was gekomen.

Bij het welkomstwoord bleek meteen de insteek van het project: de openingstoespraak van Tudor en Van Leeuwen bestond uit een waslijst aan namen. Namen van de mensen uit de wijk die op een of andere manier hadden bijgedragen aan het evenement. Het doel was duidelijk: met FAT wilden ze theater naar de wijk brengen, de samenleving betrekken bij de kunsten. Tudor vatte het mooi samen met de woorden ‘In die samenleving laait dan een vuurtje op, van waaruit de rook weer op de podia terechtkomt.’

Ook cultuurwethouder Yvonne van Delft, die bij de opening aanwezig was, benoemde in haar speech de verbintenis met de maatschappij: ‘Mooi om te zien hoe FAT de buurt ingaat om de mensen te betrekken in het culturele leven, ook om zo mensen meer de theaters in te krijgen.’ Zichtbaar verheugd dat de culturele evenementen in de stad eindelijk weer door konden gaan, opende ze het festival.

Het ‘andere theater’ zoekt de grenzen op van wat het woord betekent. De flyers nodigen je uit om zelf de vraag ‘Is dit nog wel theater?’ te stellen. De programmering bestond voor het grootste deel uit kleinschalige acts die zich richten op de ervaring van een individu, niet op een massaal publiek dat toekijkt. Theater wordt dan meer gebruikt als ‘grabbelnaam’, geeft van Leeuwen toe, omdat het laagdrempeliger klinkt dan een term als performance art.

Een van de acts die de grenzen opzocht van het woord theater was White Noise, de installatie bij het Theehuis. Wethouder Van Delft stapte als eerste dit houten gevaarte in, dat daarna hard begon te brommen. Van buiten is er weinig te zien, maar de enkeling binnen wordt belaagd door duizenden piepschuimen balletjes. Kunstenaars Tamar Blom en Gerjan Piksen waren voor dit kunstwerk geïnspireerd door de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han en zijn ideeën over de overweldigende ruis van ons hedendaags bestaan. Ze wilden een plek creëren waar je de ruis kon trotseren door jezelf eraan over te geven. De achterliggende filosofie is echter niet van groot belang voor het publiek, geven ze zelf aan. Hoe iemand het zelf beleeft is veel belangrijker. Geïnteresseerd vroegen ze aan de mensen die White Noise uitstapten hoe ze de ‘attractie’ vonden. De associaties waren veelzijdig; de een beschreef het als een ‘omgekeerde storm’ de ander als een ‘ballenbak voor volwassenen’.

Dat kunst niet begrepen maar ervaren dient te worden was een centrale boodschap van het festival. Van Leeuwen wilde acts hebben waar je niet toeschouwer bent, maar medespeler: ‘Jij doet het, en het maakt niet uit of mensen ernaar kijken.’ In hun dagelijkse programmeringen zijn Ins Blau en de Generator ook bezig met het zoeken van nieuwe vormen, maar dit was voor hen nog een stapje verder. De buurt biedt daar veel mogelijkheden in, omdat je niet gebonden bent aan de limitaties van de conventionele podia, aldus Van Leeuwen.

Een mooi voorbeeld van de intieme sfeer was de act van MONOAH, die via zijn eigen tarotkaarten je advies gaf over economische vraagstukken, en zo de overeenkomsten tussen de voorspellingsdrang van economen en waarzeggers benadrukte. Bij binnenkomst werd je eerst een tweetal minuten intens aangekeken en daarna kreeg je whisky aangeboden door MONOAH’s assistent en tolk. Vervolgens mocht je voor het gesprek van een half uur één vraag stellen over de economie. Aan de hand van de kaarten, waarop economische begrippen zoals ‘asset bubble’ en ‘interest rates’ waren afgebeeld, schiep je samen met de artiesten een verhaal. De ervaring was vervreemdend en mysterieus maar tegelijk ook gezellig en uitnodigend.

Het FAT stond kortom vol in het teken van het experiment, maar is experimenteel theater dan niet wat ontoegankelijk voor het grotere publiek? Tudor antwoordt met een stellig nee: ‘Juist de kunst die zich op het randje bevindt kan praten over thema’s waar het in de samenleving om gaat.’ De soms ietwat rigide toneelwereld staat ver af van de samenleving, maar deze kunst wil er middenin staan. Dat zie je terug in een programmering vol maatschappelijke onderwerpen, zoals de koloniale erfenis, racisme, onrealistische schoonheidsidealen, masculiniteit en intimiteit, economische onzekerheid, en ga zo maar door.

Al zijn de thema’s weliswaar maatschappelijk relevant, de vormen zijn vaak wel radicaal. De kleinschaligheid en intimiteit van de acts zijn ongetwijfeld buiten de comfortzone van veel mensen. Desalniettemin kan ik het iedereen hartelijk aanbevelen om uit het bekende te stappen en je te laten verrassen door de experimenten van de volgende editie van het FAT.

Floris Meertens

Floris Meertens

Floris Meertens heeft een MA in Asian Studies en werkt op het moment bij Index Books Leiden. Daarnaast is hij amateurmuzikant onder de naam Beeldenstorm. Zijn interesses liggen in literatuur, filosofie, mensenrechten en theologie. Op zijn blog reisnaarhetoosten.blogspot.com schrijft hij over allerlei verschillende aspecten van de Chinese cultuur.

Andere berichten

Anne van den Dool
oktober 31, 2022
Anne van den Dool
september 19, 2022
Anne van den Dool
augustus 10, 2022