Warner van Es is componist, Roos Tulen is ervaringskunstenaar. Onder de titel ‘coronamuziek’ deelt Warner iedere paar dagen een nieuwe compositie met alle buren in zijn Leidse ‘stadsoase.’ Roos besloot langs te gaan om dit mee te maken en om het geheel vast te leggen in een mini-documentaire. Deze documentaire optimaal beleven? Lees hieronder eerste de introductie van Roos. Start de documentaire en lees terwijl de muziek speelt de toelichting van Warner. Sluit af met het gedicht ‘Scheppinkje’ van Leo Vroman, onderaan deze pagina

Roos: ‘Warner en ik kennen elkaar al sinds mijn geboorte, al 29,5 jaar voelt deze plek als een tweede thuis. Gemeenschappelijk wonen rond een prachtige binnentuin waar nu ook regelmatig muziek te horen is. Warner is tegelijkertijd nerveus en enthousiast over zijn initiatief. Warners repertoire is enorm maar heeft de afgelopen jaren vooral in zijn studio op de plank gelegen. Een schat van ongekende waarde waarvan ik en jij eigenlijk geen idee hebben. Tot nu. Dankzij Warner en zijn vrouw Resi kon ik het maakproces en de uitvoering vastleggen.’

Warner: ‘De fragmenten in de documentaire komen uit mijn werk ‘Etude 2,’ dezelfde noten in vier verschillende verschijningsvormen.  

– Als eerste de oorspronkelijke pianoversie.

– Op de tweede is te horen hoe het klinkt toen ik de etude speelde op het (niet zo beste) orgel van de kerk in Nijeveen, een klein dorpje in Drenthe, tijdens de begrafenis van mijn moeder.

– De derde is het slotkoor van mijn tweede opera ‘Kinderen van Medea,’ gezongen door het Leidse koor ‘Het Zingend Hart.’ De begeleiding wordt gevormd door een piano en twee saxofoons.

– de vierde is een opname van een schoolvoorstelling op mijn oude middelbare school: ‘Verre vingers tien …’. Deze voorstelling was gebaseerd op gedichten waarin het kind centraal staat.

Voor de goede luisteraar: let op hoe de elektronische slotklank live wordt overgenomen door de twintig kinderen van het koor en blijft klinken onder het gedicht.’

Scheppinkje

Kon ik jou, God, tezamensponzen 
tot een gebaartje op mijn hand 
en gaf jou alle kralen, donzen, 
poesjesmiepsen en hommelgonzen 
en jij weefde het verband … 

ik zou mijn vingers rond je sluiten 
en jouw gekriebel zó beminnen 
terwijl je scheppend was daarbinnen 
dat ik mijn vuist héél zacht van buiten 
zou kussen; 

en als ik op een teken 
jouw werk voorzichtig zou ontbloten 
nimmermeer zijn uitgekeken 
op mijn lege handpalm, grote 
God 
en nooit meer spreken.

Leo Vroman

Roos Tulen

Roos Tulen

Andere berichten

Anne van den Dool
juni 15, 2022
leidsCement
juni 14, 2022
leidsCement
juni 7, 2022