Met Songs for no one neemt theatermaker en performer Nastaran Razawi Khorasani je mee in het leven van twee Iraanse kinderen. Vanuit de zaal hoor je de gesprekken die Nastaran maandenlang met hen heeft gevoerd. Het gaat over hun dagelijkse leven, het opgroeien in een islamitische dictatuur, hun wensen, hun dromen en hobby’s. En je hoort de liedjes, geschreven door Nastaran, en samen gezongen in het Farsi. Nastaran toert de komende tijd door het land en speelt Songs for no one op 14 maart in Theater Ins Blau. Wij spraken Nastaran over de gesprekken, haar voorstelling, vrijheid en de lovende reacties.

LeidsCement: Als maker, performer en interviewer heb je Songs for no one tot stand gebracht. Hoe is het voor jou om al deze rollen te vervullen?

Nastaran: “Eigenlijk ken ik niet anders. Ik speel namelijk altijd mee in mijn eigen werk. Het is soms wel ingewikkeld. Het proces gaat in ieder geval wat trager. Ik moet bijvoorbeeld alles opnemen en terugkijken. Dat is anders dan wanneer je als regisseur naar een doorloop kijkt en daar direct op kan reflecteren. Maar tegelijkertijd biedt het ontzettend veel en is het een enorme luxe om beide petten te kunnen dragen. Als ik een concept uitdenk of met het scenario of script bezig ben, ben ik echt aan het maken. Maar als ik op de vloer sta, ontstaat er direct een bepaalde ‘spelersintuïtie’ en ben ik op een andere manier aan het maken. Er gebeuren dan dingen die ik nog niet had kunnen bedenken vanachter mijn laptop of schriftje. Dat vind ik ontzettend prettig en dit is een grote reden waarom ik altijd in mijn werk speel. Omdat ik als maker zo dicht bij het materiaal sta vind ik het heel belangrijk dat ik een stem heb in wat er op de vloer gebeurt, vanuit de vloer.

Voor Songs for no one heb ik acht maanden lang de twee kinderen geïnterviewd. Dat vond ik erg leuk om te doen, maar ook een beetje spannend. Je hebt als interviewer best veel macht en daar moet je voorzichtig mee omgaan, zeker met kinderen. De neiging om mensen woorden in de mond te leggen of sturend te vragen ligt op de loer. Zeker als je als onderwerp een islamitische dictatuur hebt. Mensen verwachten dan snel verschrikkelijke verhalen. Ik vond het een uitdaging om ervoor te zorgen dat ik zo open mogelijk het gesprek ging voeren. Maar volgens mij is dat best goed gelukt. Ik heb daarna natuurlijk veel interviews moeten geven met allerlei kranten. Toen merkte ik wel dat ik opeens extra kritisch werd naar hoe ik werd geïnterviewd.”

Je hebt acht maanden lang telefonisch gesproken met twee kinderen. Wat is je hiervan het meest bijgebleven? Wat heb je van hen geleerd?

“Door de gesprekken heb ik natuurlijk veel meegekregen van hun leven. Waardoor ik constant op mijn eigen leven en bestaan reflecteerde. Ik zag hen een soort van zweven, boven de donkere wolk van een regime of van het leven. Ik zag een bepaalde lichtheid en veel humor in hen. Ze nemen het allemaal niet zo zwaar en zwart. Dat is me echt bijgebleven en het inspireerde mij enorm. Het meisje heeft ook hele filosofische gedachtes. Door haar heb ik eigenlijk opnieuw leren nadenken over het leven en mijn bestaan.”

Songs for no one gaat over de kwetsbaarheid van vrijheid, over onvrijheid in het dagelijkse leven en over toekomstdromen van vrijheid. Wat betekent vrijheid voor jou?

“Ik ben veel met vrijheid bezig, het speelt eigenlijk een constante rol in mijn leven. Ik denk omdat ik geboren ben in Iran, een land waar mensen eigenlijk geen vrijheid hebben en ben opgegroeid in Nederland, een land dat juist zo ontzettend vrij is. Vrijheid is iets wat ik niet voor lief neem of in ieder geval niet voor lief probeer te nemen. Het is zo’n bijzonder mooi begrip, maar tegelijkertijd ontzettend complex en breed. Ik denk dat de vraag: wat is vrijheid, nog altijd onbeantwoord is. Maar een deel van vrijheid zit voor mij in het feit dat je content kan zijn met je leven en dat je niet altijd het gevoel hebt dat er een leegte is die je moet opvullen. Die leegte houd je gevangen en maakt je onvrij. Dit gaat deels gepaard met het vrij zijn van de gedachtes die je neerhalen. Gedachten van anderen, maar ook en voornamelijk van jezelf.”

Wat is voor jou de grootste uitdaging geweest in het hele proces, van het uitdenken van je concept, tot de telefoongesprekken, tot het uitvoeren van de voorstelling?

“Een voorstelling maken op zich is al een grote uitdaging. Het is spannend en je staat ermee op en je gaat ermee naar bed. Dat is al heel zwaar. Deze keer bracht de gekozen vorm een extra uitdaging voor me mee. Het hele script was namelijk volledig afhankelijk van wat er uit de telefoongesprekken naar voren zou komen. Ik had wel een vermoeden dat ik goede verhalen ging krijgen, omdat ik het leven daar een beetje ken en ik had de kinderen gescout. Ik had daardoor vooraf wel het idee dat zij mogelijk iets interessants te vertellen hadden. Maar je weet het nooit zeker. Het omgaan met die onzekerheid, of het wel goed ging zijn, was een grote uitdaging voor mij. Gelukkig had ik al vrij snel door dat het wel ging werken. Na het eerste gesprek met het meisje dacht ik al: zo, je hebt me nu al zoveel gezegd. En ik had alleen gevraagd hoe haar ochtend eruitzag. Ik was wel verbaasd hoe open de kinderen waren, hoe graag ze willen praten en vertellen over hun leven. Die openheid was zo mooi om mee te maken.”

 Je voorstelling is ontzettend goed ontvangen, je hebt onder andere de BNG-theaterprijs gewonnen, hoe voelt dit voor jou?

“We hebben de voorstelling nu ongeveer acht keer gespeeld. En al die acht keer heb ik het mogen voelen zinderen in de zaal. Er komt op een gegeven moment een punt wanneer iedereen erin zit. Er ontstaat een stilte en het publiek eet dan uit de handen van de kinderen en hangt echt aan hun lippen, en dan zijn ze daar opeens. Dit vind ik zo bijzonder en mooi om te ervaren. Ik heb het zelf nog niet zo vaak mogen ervaren op deze manier. Ik speel al vrij lang, maar eens in de zoveel tijd voel je dat zo. Dit gevoel stijgt boven de recensies en de prijzen uit.

Ondanks dat prijzen en goede recensies leuk en fijn zijn, en natuurlijk belangrijk als onafhankelijke maker, vind ik het vooral waanzinnig wat er in de zaal gebeurt. Ik kijk er ontzettend naar uit om met de voorstelling door het land te toeren en om ook op plekken te komen die niet zo groot zijn of stads en waar sommige mensen misschien een beetje mensenschuw zijn of bang zijn voor Iran of vluchtelingen. Met de voorstelling tonen we hun menselijkheid en dan voel je: die kinderen hadden even goed jouw neefje en nichtje kunnen zijn. Ze hebben dezelfde interesses als de kinderen hier, maar ze leven nou eenmaal in een land waar ze die verborgen moeten houden. Ik ben zo benieuwd hoe de voorstelling valt op andere plekken en hoe mensen erop reageren. Tot nu toe heb ik het als heel prettig en bijzonder mogen ervaren om Songs for no one te mogen spelen.”

Songs for no one speelt op 14 maart in Theater Ins Blau. Klik hier voor meer informatie en tickets! 

Foto: Julian Maiwald

Elly Jousma

Elly Jousma

Andere berichten

leidsCement
april 28, 2022
Sophie Jansen
april 26, 2022