Foto: Anne Harbers

Van 1 t/m 3 juli staat de Veenfabriek op de planken in Museum Volkenkunde met de muzikale en culinaire voorstelling Koken voor Tjampakka. Deze voorstelling is onderdeel van Theater voor Keti Koti, een cultureel programma waarmee de herdenking van het slavernijverleden op de kaart wordt gezet. In gesprek met acteur en theatermaker Anton de Bies blijkt al snel dat ‘verleden’ wellicht niet de juiste benaming is, want ook nu zie je de koloniale structuren terug in onze samenleving. Koken voor Tjampakka kijkt terug, maar kijkt vooral naar het nu.

LeidsCement: Het slavernijverleden en de impact die dat nu nog steeds op ons heeft is een gigantisch groot en beladen onderwerp. Hoe begin je daaraan als theatermaker?

Anton: ‘Ik geloof heel erg in de unieke kracht die iedereen heeft, in het maken van je eigen verhalen. Verhalen die ertoe doen en komen vanuit een vraag waarmee je zit en waarover je als theatermaker in gesprek gaat met mensen. Zo komen er belangrijke thema’s naar boven en kom je tot het bespreken van taboes. Dat is het soort theater waarvan ik houd en dat ik wil maken.’

Hoe raakte je bij dit project van de Veenfabriek betrokken?

‘Ik ben benaderd door Phi Nguyen die al een tijdje bij de Veenfabriek werkt. Hij vroeg mij of ik in een voorstelling over slavernij wilde praten en mijn antwoord was meteen ja. Ik vind dit onderwerp heel belangrijk en merk ook dat het nog steeds niet duidelijk is wat er in die tijd allemaal gebeurd is en met welke consequenties daarvan we nu nog steeds leven.’

Hoe benader je een onderwerp als dit?

‘Hoewel ik meteen ja zei dacht ik bij de eerste repetitie wel even: oei! Ik kom van Curaçao en ben bekend met de gevolgen van slavernij daar. Van wat er in oost-Indië is gebeurd heb ik weinig meegekregen. In essentie is het niet heel anders, de pijn is dezelfde pijn, het dilemma is hetzelfde dilemma en je hoort dezelfde afschuwelijke verhalen. Wat er op Curaçao is gebeurd is ook gebeurd in het oosten, in Suriname en op nog veel meer plekken. Die koloniale stempels zitten heel diep en hebben nog steeds effect op de samenleving. Op hoe we met elkaar omgaan, hoe we naar elkaar kijken en hoe we op elkaar reageren. Ik merk vaak dat het lastig is om daarover in gesprek te gaan, vooral met oudere generaties.’

Hoewel we nog een lange weg te gaan hebben zie ik af en toe ook verschuivingen, vooral op cultureel gebied. Denk bijvoorbeeld aan een film als De Oost, die eindelijk laat zien wat een misdaden het Nederlandse leger heeft begaan in Indonesië. Zie jij die verschuiving als maker ook?

‘Nog niet. Ik denk dat we wel graag willen maar als er al een verschuiving is, is het nog heel weinig. Wat er vorig jaar in Amerika is gebeurd met George Floyd en Black Lives Matter, daar lijkt nu zo weinig van over. Het leven is gewoon doorgegaan. Soms krijg je een gevoel dat het eraan komt, zoals toen dat gebeurde en iedereen bij elkaar kwam op de Dam en social media vol stond. Maar nu? Ik moet het nog even zien.’ 

De voorstelling is gebaseerd op een eeuwenoud controversieel toneelstuk over slavernij. Hoe hebben jullie dat naar het nu vertaald?

‘Kraspoekel is een stuk uit 1800 over de manier waarop het slavernijsysteem werd afgeschaft, al werd het feitelijk gewoon omgebouwd.  Een grappig stuk met een heel nare en heel belangrijke laag. Dat kan ik heel makkelijk koppelen aan wat er bijvoorbeeld op Curaçao gebeurde. Slavernij werd er afgeschaft en later bouwde Shell er een grote raffinaderij waarin alle goede banen naar witte mensen gingen, terwijl de zwarte mannen de lage posities kregen en terecht kwamen in een structuur waarin ze nooit konden groeien. Dat is eigenlijk gewoon een nieuw systeem van slavernij en zulke dingen gebeuren nog steeds.’

Ook hier in Nederland?

‘Ik merk dat mensen moe worden van praten over racisme of slavernij, maar we lijden er nog steeds onder. Toen mijn zoon geboren werd had hij wat plekken op zijn rug dus we gingen hier in Maastricht naar de huisarts. Zij vertelde: ‘wij kennen dit type huid niet, dus we kunnen hem niet behandelen.’ Dat was in 2018. Hoe lang zijn er al mensen van kleur in dit land? Het komt dichtbij, dit heeft allemaal te maken met wat ruim 400 jaar geleden is begonnen.’

Welke beweging hoor je met deze voorstelling in gang te zetten?

‘Ik hoop nieuwsgierigheid te wekken en ik hoop vooral dat deze verhalen uiteindelijk naar scholen mogen komen, want daar begint het. Hopelijk kunnen we dan over dertig, veertig jaar andere gesprekken voeren. Het gaat erom dat onze kinderen steeds meer naar elkaar toe groeien. Ik heb een positief gevoel, want met de jongeren van nu gaat het goed en snel. Dankzij internet hebben ze veel toegang tot informatie en hebben ze meer awareness. Hopelijk kunnen we later terugkijken op een tijd waarin we hierover botsten, maar tegen die tijd niet meer.’

Koken voor Tjampakka is op 1, 2 en 3 juli te zien in Museum Volkenkunde. Kijk hier voor meer informatie en tickets.

Sophie Jansen

Sophie Jansen

Andere berichten

Anne van den Dool
oktober 31, 2022
Anne van den Dool
september 19, 2022
Anne van den Dool
augustus 10, 2022